ECLI:NL:HR:2009:BJ2831
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en gebruik eigen waarneming rechter als bewijs bij gewapende overval
De zaak betreft een gewapende overval op 28 oktober 2006 in een supermarkt waarbij verdachte samen met een mededader onder bedreiging met vuurwapens medewerkers dwong geld en telefoonkaarten af te geven. Het hof baseerde zijn bewijs onder meer op videobeelden, verklaringen van getuigen, afgeluisterde telefoongesprekken en de eigen waarneming van de rechter.
De verdachte voerde cassatie in tegen het arrest van het hof Amsterdam. De Hoge Raad heeft de rechtsregels omtrent het gebruik van de eigen waarneming van de rechter als wettig bewijsmiddel uiteengezet, waarbij werd bevestigd dat het hof zonder schending van rechtsregels deze waarneming mocht gebruiken, ook zonder voorafgaande mededeling aan partijen, omdat partijen niet werden verrast.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaar met drie maanden en tien dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan op 15 december 2009 door een meervoudige kamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot drie jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep is verder verworpen.