Conclusie
ING) als pandhouder een rechtsgeldig pandrecht heeft verkregen op de auteursrechten op door de pandgever (CompLions B.V., hierna:
CompLions) ontwikkelde software. In de betreffende pandakte is (onder meer) bepaald dat het pandrecht is gevestigd op “
alle huidige en toekomstige bedrijfsactiva”, waarbij bedrijfsactiva zijn omschreven als “
alle tot het bedrijf van de pandgever behorende goederen”. De centrale vraag is of deze (generieke) omschrijving voldoet aan het bepaaldheidsvereiste van art. (3:98 jo.) 3:84 lid 2 BW. De rechtbank oordeelt dat dit niet het geval is en dat ING geen geldig pandrecht heeft verkregen op de auteursrechten. ING richt in deze (sprong)cassatieprocedure klachten tegen dit oordeel.
1.Feiten en procesverloop
de Pandakte) – is op 31 december 2008 geregistreerd bij de Belastingdienst. [2]
Verpanding bedrijfsactiva:
cliëntenbestanden en de gegevensdragers waarop deze zich bevinden.
goodwill, zijnde de meerwaarde van het bedrijf boven de som van vaste activa.”
BDO) als pandhouder een pandrecht gevestigd op
“de haar in eigendom toebehorende (intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de) GRCcontrol (ISMScontrol) software”(hierna: de
software). [7]
de curator, en samen met BDO (in enkelvoud):
de curator c.s.). [8]
2.Bespreking van het cassatiemiddel
3.5 Bij de beoordeling van deze onderdelen moet worden vooropgesteld dat voor het vestigen van een pandrecht op een of meer vorderingen voldoende is dat de pandakte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering(en) het gaat. Anders dan in onderdeel 1 wordt betoogd, kan een generieke omschrijving als hiervóór in 3.1 onder (v) weergegeven tot een geldige overdracht of verpanding leiden, omdat het generieke karakter van een dergelijke omschrijving en het ontbreken van een nadere specificatie van de betrokken vorderingen niet in de weg staan aan het oordeel dat een dergelijke omschrijving voldoet aan het vereiste van voldoende bepaaldheid in de zin van art. 3:84 lid 2 BW Pro. (...)
hoe wordt bepaaldof aan het vereiste van voldoende bepaaldheid is voldaan.
Haviltex-maatstaf).
wanneeraan het vereiste van voldoende bepaaldheid is voldaan.
ING Bank/Muller q.q. [20] en
Norma/NLKabel [21] , met de toevoeging dat het voor de hand ligt dat ook andere goederen dan vorderingsrechten in beginsel door middel van een generieke omschrijving kunnen worden overgedragen en verpand, nu art. 3:84 lid 2 BW Pro slechts één bepaaldheidsvereiste kent voor overdracht (en verpanding) van alle goederen. [22]
Aw). Dit recht ontstaat automatisch door het maken van het werk. [26] Het is vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht (art. 2 lid 1 Aw Pro). De voor overdracht vereiste levering van het auteursrecht dient te geschieden door een daartoe bestemde akte (art. 2 lid 3 Aw Pro). Verpanding van het auteursrecht geschiedt op overeenkomstige wijze door een pandakte (art. 3:236 lid 2 BW Pro). [27] Aan deze akte worden geen bijzondere eisen gesteld. Een toekomstig auteursrecht kan bij voorbaat worden geleverd op grond van art. 3:97 BW Pro jo. 2 lid 3 Aw. Het kan eveneens bij voorbaat worden verpand (art. 3:97 BW Pro jo. 3:236 lid 2 BW jo. 2 lid 3 Aw). [28]
identificeerbaar”is op het moment dat de vordering door de cedent wordt verkregen. [34] Daarbij wordt verwezen naar de (eerdere) parlementaire geschiedenis van Boek 3 BW, waarin is opgemerkt dat het aan het oordeel van de rechter is overgelaten welke mate van bepaaldheid aanwezig moet zijn [35] , en dat de bepaaldheidseis “
ruim kan worden genomen”. [36]
inde pandakte zelf moeten worden gespecificeerd, bijvoorbeeld door vermelding van (bijzonderheden van) de verpande vorderingen. Het is evenmin noodzakelijk om, tegelijk met de pandakte, pandlijsten te registreren of in de pandakte te verwijzen naar pandlijsten. Met het bepaaldheidsvereiste wordt door uw Raad soepel omgegaan: in het arrest
Spaarbank Rivierenland/Gispen q.q. [41] oordeelde uw Raad dat voldoende is “
dat de pandakte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vorderingen het gaat”. Deze maatstaf is daarna regelmatig herhaald. [42] Daarmee geldt in feite een bepaal
baarheidseis. [43]
alle ten tijde van de ondertekening van de akte bestaande rechten of vorderingen jegens derden’ of ‘
alle rechten of vorderingen jegens derden die worden verkregen uit de ten tijde van de ondertekening van de akte bestaande rechtsverhoudingen met die derden’. [45]
Mulder q.q./Rabo –aangehaald door de rechtbank in het thans bestreden vonnis (zie hiervoor onder 2.1) – dat een dergelijke generieke omschrijving tot een geldige overdracht of verpanding kan leiden, omdat het generieke karakter van een dergelijke omschrijving en het ontbreken van een nadere specificatie van de betrokken vorderingen niet in de weg staan aan het oordeel dat een dergelijke omschrijving voldoet aan het vereiste van voldoende bepaaldheid in de zin van art. 3:84 lid 2 BW Pro. [46]
Dix q.q./ING [49] (betreffende een ‘verzamelpandakte’-constructie waarbij de pandgevers alleen generiek in de pandakte zijn omschreven en hun namen niet worden genoemd) heeft uw Raad het leerstuk van de bepaaldheid van vorderingen als volgt samengevat.
LJNAE7842,
NJ2004/182, alsmede Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), blz. 1248). Aan het oordeel van de rechter is overgelaten in welke mate deze vorderingen, indien zij niet reeds ten tijde van de verpanding zijn bepaald, bepaalbaar moeten zijn (vgl. T.M., Parl. Gesch. Boek 3, p. 402).
LJNAE7842,
NJ2004/182). De vraag hoe specifiek die gegevens dienen te zijn, moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval (vgl. HR 4 maart 2005,
LJNAR6165,
NJ2005/326). Een generieke omschrijving van de te verpanden vorderingen kan tot een geldige verpanding leiden indien aan de hand van de gegeven omschrijving kan worden bepaald welke vorderingen zijn verpand, en wie dus de pandgevers zijn. Het ontbreken van nadere specificaties van de betrokken vorderingen hoeft daarom niet eraan in de weg te staan dat zij voldoende bepaald zijn in de zin van art. 3:84 lid 2 BW Pro.”
Mulder q.q./Rabogehanteerde generieke omschrijving (slechts) vorderingen betrof, volgt uit andere uitspraken dat de in de rechtspraak ontwikkelde maatstaf voor het bepaaldheidsvereiste tevens geldt voor andere soorten goederen. Ook valt daaruit af te leiden dat een generieke omschrijving die meer omvat dan (slechts) vorderingen kan voldoen aan het bepaaldheidsvereiste. Ik noem de volgende uitspraken.
ING Bank/Muller q.q.(gewezen op dezelfde dag als
Mulder q.q./Rabo) overwoog uw Raad (met mijn onderstreping):
NJ1996, 508, en HR 20 juni 1997, nr. 16365,
NJ1998, 362).
Er is geen reden daarover anders te oordelen bij de verpanding van auteursrechten op software, zoals hier aan de orde. Het Hof heeft dan ook terecht deze maatstaf toegepast
.” [50]
Spaarbank Rivierenland/Gispen q.q.(en later regelmatig herhaald) ook geldt voor de verpanding van andere goederen (waaronder auteursrechten op software).
De Liser de Morsain/Rabobank [52] ,waarin door middel van een fusieakte tussen twee banken ‘
overige activa’ en ‘
overige debiteuren’ werden overgedragen. De voorliggende vraag was of met deze generieke omschrijving een bepaalde vordering rechtsgeldig was overgedragen. Het hof oordeelde dat de betreffende vordering onvoldoende duidelijk in de akte was omschreven. In cassatie werd tegen dit oordeel geklaagd.
overige activa’ of ‘overige debiteuren’ niet voldoet aan het zo-even bedoelde vereiste van voldoende bepaalbaarheid, is het Hof uitgegaan van een andere - en derhalve onjuiste - maatstaf dan hiervoor is vermeld. Indien het Hof zou hebben geoordeeld dat de vordering van de Rabobank Rijswijk op De Liser de Morsain niet valt onder de genoemde omschrijving, is zijn oordeel zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.”
overige activa’ aan het bepaaldheidsvereiste kan voldoen.
[A] / [B]. [53] Het ging in deze zaak om inbreng van een eenmanszaak in een besloten vennootschap. De akte van inbreng bepaalde dat ‘
alle activa van gemelde onderneming’ werden ingebracht. Het hof diende onder meer te beslissen op het verweer van [B] dat de door [A] B.V. gestelde vorderingen onvoldoende in de akte van cessie (in dit geval: de akte van oprichting en inbreng) waren bepaald omdat ook achteraf aan de hand van die akte niet kon worden vastgesteld dat deze vorderingen aan [A] B.V. waren overgedragen. Het hof liet dit verweer slagen.
‘alle activa van gemelde onderneming’, een eenmanszaak, zijn ingebracht in een besloten vennootschap, behoeft het ook bij betwisting door de schuldenaar in beginsel geen nadere motivering dat een in de uitoefening van de eenmanszaak ontstane vordering tot de overgedragen activa behoort. Dit geldt ook indien de schuldenaar die overdracht betwist op de grond dat de vordering een dubieuze debiteur betrof. Indien het hof dit heeft miskend, heeft het van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven; indien het van de juiste rechtsopvatting is uitgegaan, is zijn oordeel zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk.”
alle activa’ kan voldoen aan het bepaaldheidsvereiste.
Norma/NLKabel. [54]
ING Bank/Muller q.q.overwoog uw Raad (wederom) dat aan deze eis in het algemeen is voldaan als de akte van levering zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welk goed het gaat (rov. 4.4.2). Het hof had in (rov. 5.5 van) het bestreden arrest overwogen dat voor een rechtsgeldige levering van alle bestaande en toekomstige naburige rechten tenminste is vereist dat, eventueel achteraf, alle naburige rechten die de desbetreffende naburig kunstenaar heeft verkregen, kunnen worden geïdentificeerd. Uw Raad oordeelde ten aanzien van deze overweging:
maakt(en niet telkens wanneer het werk wordt
uitgevoerd). Dergelijke werken zijn in de regel eenvoudiger traceerbaar.
aktezodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welk goed het gaat. Schuijling stelt vast dat de Hoge Raad deze maatstaf heeft toegepast op de levering en verpanding van vorderingen en van intellectuele eigendomsrechten, zoals auteursrechten en naburige rechten. Er is volgens hem geen goede reden om dezelfde maatstaf niet tevens toe te passen ten aanzien van andere goederen die eveneens bij akte worden geleverd of bezwaard, zoals aandelen in een besloten of naamloze vennootschap.
enmet behulp van de administratie van de pandgever te individualiseren zijn. Als individualisering niet mogelijk is, bijvoorbeeld doordat de pandgever geen administratie van zijn vorderingen bijhoudt, zijn volgens hem de vorderingen door een globale omschrijving in de pandakte onvoldoende bepaald.
Norma/NLKabelniet mag worden afgeleid dat de levering van een ‘geheel repertoire’ onvoldoende bepaald zou zijn. Hij meent dat het vereiste van bepaaldheid geenszins de levering van een ‘geheel repertoire’ verhindert, nu deze eis niet belet dat bij de levering de goederen generiek kunnen worden aangeduid. Naast geaccepteerde aanduidingen als ‘alle roerende zaken’ of ‘alle vorderingen’ valt volgens Schuijling niet in te zien waarom in dit verband een omschrijving als ‘het gehele repertoire’ ongeschikt zou zijn ter identificatie van de geleverde goederen.
Norma/NLKabelde weg heeft vrijgemaakt voor individuele gevallen van overdracht van auteursrecht op nog te maken werken, die ‘met voldoende bepaaldheid omschreven’ zijn. Aan deze eis achten zij te zijn voldaan bij een voldoende omschrijving naar inhoud en karakter, bijvoorbeeld een te schrijven boek over een bepaald onderwerp in een bepaalbaar genre met een enigszins bepaalde omvang, of een te maken verfilming van een bestaand boek.
ofzij bepaalde goederen al of niet hebben willen verpanden, uitleg van de pandakte noodzakelijk is. Voor deze uitleg is – evenals voor de uitleg van de titel – de
Haviltex-maatstaf aangewezen. [70] Dit is echter een andere vraag dan de vraag of de omschrijving van de te verpanden goederen in de akte voldoet aan het bepaaldheidsvereiste.
Wagemakers q.q/Rabooordeelde uw Raad dat een onjuiste aanduiding van een verpande vordering in de pandakte of de pandlijst niet in de weg hoeft te staan aan een rechtsgeldige verpanding van die vordering, mits achteraf aan de hand van
objectieve gegevenskan worden vastgesteld welke vordering de pandgever met deze aanduiding op het oog moet hebben gehad. [71]
objectieve maatstafdient te worden beoordeeld. De gedachte is dat de eis van goederenrechtelijke bepaaldheid betrekking heeft op de vaststelling van goederenrechtelijke verhoudingen die door derden moeten worden gerespecteerd. [72] Van voldoende bepaaldheid is sprake indien aan de hand van de (globale) omschrijving in de akte naar
objectievemaatstaven c.q. op grond van andere objectieve gegevens (buiten de akte) – eventueel achteraf – kan worden vastgesteld op welk goed de vestiging ziet. [73]
aan de hand van de akte, eventueel in combinatie met buiten de akte gelegen
objectievegegevens, moet kunnen worden vastgesteld. Volgens Rongen verlangen het belang van de met de akte nagestreefde rechtszekerheid en de derdenwerking van het goederenrecht dat objectief kan worden vastgesteld of er een cessie of verpanding heeft plaatsgevonden. Dat heeft met uitleg van de (bewoordingen van de) akte niets van doen.
Haviltex-maatstaf doorwerkt althans zou moeten doorwerken in (de maatstaf voor) het bepaaldheidsvereiste.
Haviltex-norm, ingevuld als in het arrest
De Liser de Morsain/Rabo, “elk spoortje objectiviteit verdwenen”. Hij spreekt de vrees uit dat deze subjectieve uitleg doorwerkt in het bepaaldheidsvereiste. Uitleg van de akte gaat logischerwijs vooraf aan de vraag of met die akte aan het bepaaldheidsvereiste is voldaan. Men moet immers eerst vaststellen wat de akte betekent, wat de akte bepaalt, voordat men toekomt aan de vraag of het verpande daarmee voldoende is bepaald. Het ligt niet in de lijn van verwachting dat een grote rol is weggelegd voor een vereiste van ‘objectieve gegevens’ indien eerst aan de hand van verklaringen, gedragingen en verwachtingen mag worden bepaald tot verpanding van welke vorderingen een pandakte strekt, aldus Verstijlen.
Wagemakers q.q./Raboniet mag worden afgeleid dat de vaststelling van de te verpanden vorderingen
uitsluitendkan geschieden aan de hand van objectieve gegevens. Dat zou volgens hem een te strenge invulling van de eis van voldoende bepaaldheid opleveren, die onvoldoende steun vindt in de wet en de overige rechtspraak van de Hoge Raad op het punt van voldoende bepaaldheid. Gelet op de (loutere) identificatiefunctie van het bepaaldheidsvereiste volstaat volgens hem dat door uitleg in voldoende mate kan worden vastgesteld wat partijen hebben beoogd te leveren. Onder verwijzing naar het arrest
De Liser de Morsain/Rabostelt Schuijling dat bij de vaststelling van de partijbedoeling ten aanzien van het geleverde goed rekening mag worden gehouden met gegevens die buiten de vestigingshandeling zelf liggen.
gegevens’uit de akte kan aanmerken, ook als deze subjectieve partijbedoeling niet met zoveel woorden in de akte staat. Dit kan er aldus toe leiden dat bepaaldheid achteraf kan worden vastgesteld aan de hand van de subjectieve partijbedoeling.
Haviltex-maatstaf. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval zou de feitenrechter daarom tot de conclusie kunnen komen dat ondanks een generieke omschrijving in de akte, de pandhouder er niet op heeft mogen vertrouwen dat de pandgever daadwerkelijk heeft beoogd ‘alle’ vorderingen (dan wel andere goederen), ongeacht hun aard, te verpanden. [78] Voor de vraag of een vordering dan wel een ander goed door de akte wordt geleverd of verpand, moet men immers zowel nagaan of die vordering met de omschrijving in de leverings- of pandakte is
bedoeld, als ook of met betrekking tot die vordering wordt voldaan aan het vereiste dat deze voldoende
bepaalbaaris. [79]
De Liser de Morsain/Rabo,waarin uitdrukkelijk werd onderscheiden tussen uitleg van de akte aan de hand van de
Haviltex-norm enerzijds (rov. 4.4) en het bepaaldheidsvereiste anderzijds (rov. 4.3), meen ik, in lijn met hetgeen als heersende leer lijkt te kunnen worden aangemerkt, dat de (zelfstandige) vraag naar voldoende bepaaldheid aan de hand van een
objectievemaatstaf moet worden beantwoord.
objectievemaatstaf moet worden beantwoord. Dat de rechtbank niet de
Haviltex-maatstaf heeft gehanteerd en niet is ingegaan op de gestelde partijbedoeling, waarover met dit onderdeel wordt geklaagd, is in dit licht onjuist noch onbegrijpelijk.
bedoelinghebben gehad om de auteursrechten van CompLions op de software te verpanden, een vraag van uitleg van de pandakte is die (wel) aan de hand van de
Haviltex-maatstaf moet worden beantwoord. De rechtbank is aan deze vraag echter niet toegekomen, nu volgens de rechtbank (reeds) geen geldig pandrecht is gevestigd op de auteursrechten op de software omdat niet aan het bepaaldheidsvereiste ex art. 3:84 lid 2 BW Pro is voldaan. [80]
onderdelen 2 en 3slagen. De rechtbank heeft haar oordeel dat de omschrijving ‘
alle huidige en toekomstige bedrijfsactiva’ waaronder wordt verstaan ‘
alle tot het bedrijf van de pandgever behorende goederen’ niet aan de vereiste bepaaldheid c.q. bepaalbaarheid voldoet, gebaseerd op de argumenten dat:
mogelijkis; en
Mulder q.q/Rabogaat om een pandakte waarin niet een pandrecht is gevestigd op ‘alle goederen’, maar op een
specifiekecategorie goederen, te weten vorderingen op derden;
administratiekan worden afgeleid;
balansis vermeld.
onderdeel 2terecht stelt – met dit oordeel miskend dat ook voor de verpanding van andere goederen dan vorderingsrechten op derden aan het vereiste van voldoende bepaaldheid is voldaan, indien de pandakte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke goederen het gaat.
onderdeel 3– dat een generieke omschrijving van de goederen waarop het pandrecht rust niet slechts voldoende is indien, althans voor zover, het bestaan of de omvang van deze goederen uit de administratie blijkt en/of voor zover die goederen op de balans zijn vermeld. Voldoende is dat aan de hand van de akte naar objectieve maatstaven globaal kan worden bepaald welke goederen zijn verpand. Een nadere specificatie kan op alle daartoe geschikte wijzen plaatsvinden; deze is niet beperkt tot vermelding op de balans van de pandgever.
allegoederen die onder de omschrijving vallen kunnen worden geïdentificeerd. [85]