ECLI:NL:HR:2002:AE3381
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over uitleg pandrecht op software in faillissement First Line Medical Group
De curator in het faillissement van First Line Medical Group B.V. vorderde bij de rechtbank dat het pandrecht van ING Bank op software en bijbehorende gegevensdragers nietig werd verklaard. De rechtbank wees dit af, maar het Hof Amsterdam verklaarde het pandrecht niet te rusten op de software en veroordeelde de bank tot betaling van een bedrag van ƒ 1.050.000,-- met rente.
De bank stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof, terwijl de curator voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. De Hoge Raad onderzocht of het pandrecht dat in 1993 door First Line Medical Group werd gevestigd op de software "Quest" ook zekerheid bood voor de schuld waarvoor de bank het pandrecht wilde uitwinnen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte niet had onderzocht of partijen bedoelden dat het pandrecht mede strekte tot zekerheid voor de schuld die de bank wilde verhalen. Het arrest van het Hof werd vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Het incidenteel beroep van de curator werd verworpen. De Hoge Raad gaf tevens een uitgebreide toelichting op de uitleg van pandrechten en de toepassing van de Haviltex-maatstaf in dit kader.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.