Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instantie
16-cijferig kenmerk ontbrak is de betaling niet verwerkt. Het bedrag is op 22 januari 2016 door verweerder verrekend met een andere naheffingsaanslag van eiser. Volgens verweerder was eiser ook ervan op de hoogte dat een betaling zonder het 16-cijferig kenmerk niet door de Belastingdienst kan worden verwerkt. Hiertoe verwijst verweerder naar een brief die met dagtekening van 29 september 2015 aan eiser is gestuurd.
3.Het geding in cassatie
4.Wet- en regelgeving en jurisprudentie
geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld[cursivering A-G], geldt als hoofdregel dat het bestuursorgaan in de kosten van het geding wordt veroordeeld (vgl. HR 20 december 1995, nr. 30728, LJN AA3148, BNB 1996/74). De Hoge Raad is, in afwijking van vroegere rechtspraak, thans van oordeel dat deze hoofdregel tevens heeft te gelden indien het gaat om het rechtsmiddel van verzet, en ook indien de rechterlijke uitspraak op het punt waarop het beroep of het verzet gegrond is bevonden, niet door het bestuursorgaan is uitgelokt of is verdedigd. Dit doet recht aan de eigen aard van een in een fiscale rechtsbetrekking ontstaan geschil, waarin de behoefte in het algemeen is opgeroepen door een eenzijdig door het bestuursorgaan opgelegde last, in dit geval een belastingaanslag. Aldus komen in alle gevallen - als aan de overige vereisten voor vergoeding van proceskosten is voldaan - de voor vergoeding in aanmerking komende kosten van een door een belanghebbende met vrucht aangewend rechtsmiddel voor rekening van het bestuursorgaan.
5.Beoordeling van de klachten
wettelijkebasis genoemd om een verzoek in te dienen voor proceskostenvergoeding ter zake van de
verzetprocedure, maar de Hoge Raad heeft bij arresten van 12 februari 2010 [38] en 18 februari 2011 [39] overwogen dat indien een belanghebbende in een belastingzaak een rechtsmiddel aanwendt en dit ertoe leidt dat hij geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, als hoofdregel geldt dat het bestuursorgaan in de kosten van het geding wordt veroordeeld’ en dat deze hoofdregel tevens heeft te gelden indien het gaat om het rechtsmiddel van verzet.
Hoge Raad van 12 februari 2016. [40] In dat arrest heeft de Hoge Raad het cassatieberoep gericht tegen een uitspraak houdende gegrond verklaring van een verzet, niet-ontvankelijk verklaard, wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag voor zo een beroep in cassatie.