ECLI:NL:HR:2006:AX0985
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over proceskostenveroordeling bij navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en fiscale eenheid
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1998 en 1999 in de vennootschapsbelasting, ondanks dat zowel belanghebbende als de inspecteur wisten dat zij deel uitmaakte van een fiscale eenheid. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslagen, waarna belanghebbende beroep instelde bij het hof. Het hof vernietigde de aanslagen en veroordeelde de inspecteur in de kosten van het bezwaar.
Het hof oordeelde echter dat belanghebbende zelf schuld had aan het voortduren van de procedure omdat zij het bestaan van de fiscale eenheid niet in bezwaar had aangevoerd, waardoor de kosten van het hofproces voor haar rekening zouden blijven. Dit oordeel werd door belanghebbende bestreden in cassatie.
De Hoge Raad stelde vast dat de navorderingsaanslagen onrechtmatig waren en dat de inspecteur in de kosten van het hofproces moet worden veroordeeld. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat de noodzaak tot beroep uitsluitend aan belanghebbende te wijten was. De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van het griffierecht en de kosten van het geding in cassatie en het hofproces aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de inspecteur in de kosten van het hofproces en de Staat in de kosten van het cassatieproces ten gunste van belanghebbende.