Conclusie
Network(s)) te distribueren. Het geschil spitst zich toe op de reikwijdte van de bevoegdheden van Ziggo onder de Ziggo distributieovereenkomst, en meer in het bijzonder op de uitleg van het begrip Network(s). Artikel 9 van Pro de Term Sheet van 25 juli 2013 Ziggo en EMM/FOX bevat daarvan de volgende definitie:
Network(s)
Telecommunicatiewet) which are managed or operated or shall be managed or operated by Ziggo and its present and future subsidiaries in which Ziggo owns an interest of more than fifty (50) per cent and/or of which they undertake the management, or which are used by Ziggo for the provision of its services to end-users by means of an agreement.”
2.Procesverloop
zustervennootschapvan Ziggo B.V. onder ‘future subsidiaries’ als bedoeld in artikel 9 van Pro de Term Sheet van 25 juli 2013 valt. De voorzieningenrechter weigert de door Ziggo c.s. gevraagde voorzieningen. [2]
dochtervennootschapvan Ziggo B.V. valt onder ‘future subsidiaries’ als bedoeld in artikel 9 van Pro de Term Sheet. [3]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
DSM/Foxzijn bij de uitleg van een schriftelijk contract telkens van beslissende betekenis alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Deze vage norm is uitgewerkt in verschillende uitlegmaatstaven (i.h.b. de Haviltexmaatstaf en de cao-norm). [7]
zonderzich te verdiepen in andere uitlegargumenten.
Vodafone/ETC. Over de toepasselijke Algemene Voorwaarden van Vodafone hadden partijen niet onderhandeld. Het hof had geoordeeld dat, hoewel ETC oneigenlijk gebruik had gemaakt van de diensten van Vodafone, in de Algemene Voorwaarden niet gelezen kan worden dat een ander gebruik dan gebruik voor communicatie verboden is. Volgens de Hoge Raad had het hof hiermee miskend dat het niet mocht volstaan met de vaststelling dat het gebruik van ETC niet door de tekst van de overeenkomst werd verboden, maar had ook moeten onderzoeken of ETC, mede in verband met de aard en strekking van de overeenkomst, ook zonder dat dit gebruik uitdrukkelijk verboden werd, had behoren te begrijpen dat zij zich daarvan diende te onthouden en dat de rechten en verplichtingen van partijen ten opzichte van elkaar niet alleen bepaald worden door hetgeen zij uitdrukkelijk zijn overeengekomen, doch ook door de redelijkheid en billijkheid die hun rechtsverhouding beheerst.
voorshandsbeslissende betekenis toekent aan tekstuele argumenten. Dit is de constructie van de ‘voorshands taalkundige’-uitleg.
Meyer Europe/Pont Meyer [11] en
Lundiform/Mexx, [12] biedt de Haviltexmaatstaf de rechter de vrijheid om als uitgangspunt groot gewicht toe te kennen aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de omstreden woorden van de overeenkomst. Dit stelt de rechter in staat om, vooralsnog zonder een inhoudelijke beoordeling van de stellingen van partijen, te komen tot een voorshands gegeven oordeel aangaande de uitleg van de overeenkomst. Vervolgens zal de rechter evenwel dienen te beoordelen of de partij die een andere uitleg van de overeenkomst verdedigt, voldoende heeft gesteld om tot bewijs dan wel tegenbewijs te worden toegelaten. Indien dit laatste het geval is, is de rechter gehouden deze partij in de gelegenheid te stellen dit (tegen)bewijs te leveren. Beslissend blijft de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. [13]
nr. 12), en dat het niet redelijk is aan te nemen dat Ziggo B.V. het fUPC netwerk zou mogen bedienen als gevolg van de verhanging van de fUPC van zuster tot dochter van Ziggo B.V. en de contractsoverneming uitsluitend ten aanzien van Fox Sports abonnees, wat enkel voor dit doel heeft plaatsgevonden (
nr. 13). Het middel verwijst naar het beroep van EMM/FOX op het hierboven reeds genoemde arrest
Vodafone/ETC.
Vodafone/ETC. Het geval dat partijen een bepaalde situatie niet, althans niet uitdrukkelijk, hebben geregeld, zoals in het arrest
Vodafone/ETC, doet zich naar het oordeel van het hof in dit geval niet voor. Volgens EMM/FOX (repliek nr. 9) gaat het zowel in
Vodafone/ETCals in de onderhavige zaak om een situatie waarin de letterlijke tekst één van de contractspartijen een bepaalde handelswijze toestaat, die zich evenwel niet verhoudt met de redelijke bedoelingen en verwachtingen van partijen. Dat laatste heeft het hof echter in het onderhavige geval niet geoordeeld.
eerste klacht (nrs.16-18) houdt in dat het hof in rov. 3.5 en 3.8 uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel roept op tot afschaffing van de in onder meer de arresten
Meyer Europe/PontMeyeren
Lundiform/Mexxbedoelde ‘voorshands taalkundige’-uitleg. Hiervoor draagt EMM/FOX een aantal redenen aan, die ik hierna bespreek.
Lundiform/Mexxuiteengezet hoe de rechter bij de ‘voorshands taalkundige’-uitleg te werk dient te gaan. De keuze ervan vereist een adequate motivering en de rechter moet uiteindelijk na bewijslevering, indien daaraan wordt toegekomen, alle omstandigheden van het geval wegen. De gevallen waarin deze aanpak toegepast kan worden, laten zich in abstracto wel omschrijven (zie bij 3.8.1), maar niet exact afbakenen. Dit laatste is mijns inziens geen doorslaggevend bezwaar. [24] Het gaat erom dat de rechter adequaat motiveert waarom de ‘voorshands taalkundige’-uitleg in het voorliggende geval gekozen wordt.
Meyer Europe/Pont Meyerweer en daarna het arrest
Lundiform/Mexx, waarvan het hof is uitgegaan. Een en ander geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin tegenstrijdig, zodat de
derde klacht (nr. 20)van het onderdeel faalt.
tweede klacht (nr. 19)van het onderdeel betoogt, behoefde het hof niet met zoveel woorden vast te stellen dat de overeenkomst ertoe strekte de wederzijdse rechten en verplichtingen van partijen nauwkeurig en/of volledig vast te stellen. Dit volgt naar het kennelijke en niet onbegrijpelijk oordeel van het hof in het onderhavige geval uit de door het hof in rov. 3.6 vastgestelde omstandigheden. [29]
vierde klacht (nrs. 21-22)van het onderdeel betoogt, is het oordeel dat sprake is geweest van ‘gedetailleerde onderhandelingen’ in het licht van de stellingen van EMM/Fox niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het hof kon dit baseren op het feit dat partijen in 2008 over de specifieke bewoordingen van netwerkdefinitie hebben onderhandeld (rov. 3.11) en dat er ook bij het overnemen van deze tekst, althans een vrijwel letterlijke vertaling daarvan, in 2013 nog tekstuele aanpassingsvoorstellen zijn gedaan en aanvaard.
nr. 26). Daarnaast stelt het onderdeel dat Ziggo c.s. geen grief hebben gericht tegen de overweging van de kantonrechter dat het – kort gezegd – voor de hand ligt dat Ziggo c.s. alleen haar eigen abonnees door haar netwerk mag bedienen, mede gelet op het aan Ziggo c.s. bekende commerciële belang van EMM/FOX (
nr. 27).
subonderdeel (i)zijn de overwegingen (in de 2e t/m 6e volzin van rov. 3.15.1) over de wijze van totstandkoming van de definitie van de netwerkbepaling onbegrijpelijk, omdat volstrekt onaannemelijk is dat EMM eerst niet wilde instemmen met de brede netwerk-definitie en vervolgens, als Ziggo heeft meegedeeld dat zij de voorgestelde tekst graag opgenomen wil zien omdat zij regelmatig kleine regionale netwerken overneemt, haar eerdere bezwaren volledig zou hebben laten vallen en in zou hebben gestemd met een netwerk-definitie in een geheel andere betekenis dan aan haar is gecommuniceerd.
subonderdeel (ii.a)herhaalt onderdeel III en faalt om de daar gegeven redenen.
nr. 32falen, omdat zij uitgaan van een onjuiste lezing van het arrest. Het hof oordeelt niet (i) dat de opmerking van de bedrijfsjurist van Ziggo als mededeling in het kader van de onderhandelingen geen afbreuk
kandoen aan de letterlijke uitleg van de netwerk-bepaling, maar motiveert waarom die opmerking daaraan in dit geval niet afdoet. Voorts oordeelt het hof niet (ii) dat EMM niet op een stellige en ongeclausuleerde mededeling
magafgaan en miskent het evenmin (iii) de wilsverklaring en wetenschap van [betrokkene 1].
nr. 33faalt omdat het hof zijn oordeel afdoende heeft gemotiveerd, zeker als bedacht wordt dat het gaat om een oordeel in kort geding. Anders dan de klacht in
nr. 34, lees ik in het bestreden arrest niet dat het hof oordeelt dat aan de opmerking van de bedrijfsjurist van Ziggo geen of onvoldoende betekenis toekomt; het hof kent aan de opmerking slechts een andere betekenis toe dan EMM/FOX. Onderdeel V gaat niet op.
nrs. 36-39) behoeven geen bespreking, omdat zij zich richten tegen overwegingen die het hof, gezien rov. 3.15.3, ten overvloede heeft gegeven.
nr. 41) berust op de veronderstelling dat, waar het hof onderzoekt of (niettemin) aangenomen moet worden dat EMM/FOX “
in het licht van de opmerkingen van [betrokkene 1] in 2008” ook in 2013 van een beperkte betekenis is uitgegaan, er in cassatie (veronderstellenderwijs) van uit moet worden gegaan dat die beperkte netwerk-definitie (redelijkerwijs) ook bekend moet zijn bij [betrokkene 1] (de bedrijfsjurist van Ziggo B.V.).
nrs. 43-46) faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag, omdat zij berust op een onjuiste lezing van het arrest. Het hof heeft in de aangevallen overweging niet het oog op de vergoeding die EMM per afgesloten abonnement zou ontvangen (die bespreekt het hof in rov. 3.15.1), maar op de marketingbijdrage die het hof met zoveel woorden noemt.
nrs. 47-49), die uitgaat van een juiste lezing van de bestreden overweging, is deze overweging onvoldoende of onbegrijpelijk gemotiveerd in het licht van het betoog van EMM/FOX dat als het netwerk van UPC onder de netwerk-definitie van Ziggo zou vallen, de betalingsverplichting van UPC zou komen te vervallen terwijl de betalingsverplichting van Ziggo ten aanzien van de marketingbijdrage niet evenredig zou toenemen.
nr. 50van de procesinleiding faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. De bestreden overweging in rov. 3.16 berust er niet op, anders dan de klacht veronderstelt, dat het hof de in rov. 4.14 van het vonnis bedoelde verklaringen niet voor vaststaand zou hebben aangenomen. Onderdeel VII slaagt niet.
nrs. 52 en 53van de procesinleiding berusten op een onjuiste lezing van het arrest en dienen te falen. Uit deze overweging volgt niet, dat het hof heeft geoordeeld dat bij de uitleg van een overeenkomst de aannemelijkheid van de ene of de andere uitleg niet relevant zou zijn (nr. 52). Evenmin volgt daaruit dat het hof heeft geoordeeld dat bij de uitleg van een overeenkomst latere omstandigheden niet relevant kunnen zijn (nr. 53). Het hof wijst echter onder meer op het verschil in partijen die betrokken zijn bij de verschillende overeenkomsten.
nr. 54) dat het oordeel onbegrijpelijk dan wel onvoldoende is gemotiveerd in het licht van de stelling van EMM/FOX dat de in de long form fUPC Distributieovereenkomst overeengekomen afspraak dat UPC klanten niet onder de Ziggo overeenkomst zouden kunnen worden bediend zonder betekenis zou zijn als de netwerk-definitie in de Term Sheet breed zou worden uitgelegd.