ECLI:NL:HR:2012:BU3100
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Uitleg voorkeursrecht in akte van levering en dwingende bewijskracht tussen echtgenoten
In deze zaak stond de uitleg van een voorkeursrecht in een akte van levering centraal, waarbij de vraag was aan wie dit recht toekomt binnen de interne verhouding tussen echtgenoten die gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden. Het echtpaar [betrokkene 1 en 2] verkocht een woning aan [betrokkene 3 en 4], waarbij in de koopovereenkomst en de akte van levering een voorkeursrecht was opgenomen ten gunste van [eiser] en zijn echtgenote [verweerster]. Na ontbinding van het huwelijk ontstond een geschil over de verdeling van het voorkeursrecht.
De rechtbank wees de vordering van [verweerster] af, maar het hof kende haar subsidiair een deel van het verschil toe. Het hof oordeelde dat de akte van levering dwingend bewijs oplevert ten behoeve van [eiser] en [verweerster], en dat het voorkeursrecht in hun onderlinge verhouding voor gelijke delen toekomt, waarbij [eiser] tegenbewijs mocht leveren maar daarin niet slaagde.
De Hoge Raad stelde vast dat een akte slechts dwingend bewijs oplevert ten behoeve van de wederpartij en haar rechtverkrijgenden, en niet tussen echtgenoten die de akte niet hebben ondertekend. Desondanks vernietigde de Hoge Raad het arrest niet omdat het hof zijn oordeel ook baseerde op de uitleg van de akte volgens de Haviltex-maatstaf. De klachten over de uitleg faalden, en het arrest werd bevestigd. De Hoge Raad veroordeelde [eiser] in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bevestigd met de uitleg dat het voorkeursrecht in de onderlinge verhouding tussen echtgenoten voor gelijke delen toekomt.