ECLI:NL:HR:2007:AZ3178
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Uitleg en bewijslast bij vrijwaringsclausule in aandelenkoopovereenkomst inzake vennootschapsbelasting
In deze zaak vordert Meyer Europe betaling van vennootschapsbelasting die zij heeft voldaan namens PontMeyer, nadat zij de aandelen van PontMeyer had verkocht aan een derde partij. De kern van het geschil betreft de uitleg van een vrijwaringsclausule in de aandelenkoopovereenkomst (SPA), waarin is bepaald welke belastingverplichtingen voor rekening van de verkoper blijven.
De Hoge Raad bevestigt dat de taalkundige betekenis van de clausule, waarbij de periode "as of April 1, 1998" wordt uitgelegd als "vanaf 1 april 1998", leidend is voor de uitleg van de overeenkomst. De stelling van Meyer Europe dat deze woorden als "per 1 april 1998" moeten worden begrepen, wordt verworpen. Het hof heeft terecht overwogen dat de verkoper (PontMeyer) de bewijslast draagt voor haar uitleg van de vrijwaringsclausule en dat Meyer Europe slechts tegenbewijs hoeft te leveren.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof het bewijsaanbod van Meyer Europe om getuigen opnieuw te horen terecht heeft afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De klachten over onvoldoende motivering van het hof worden eveneens verworpen. Het beroep van Meyer Europe wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Meyer Europe wordt verworpen en de vordering tot vergoeding van vennootschapsbelasting wordt afgewezen.