Conclusie
“opzetheling, diefstal meermalen gepleegd”en
“als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenst vreemdeling is verklaard”veroordeeld en aan hem de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.
eerste middelklaagt dat aan de verdachte ten onrechte de ISD-maatregel is opgelegd, omdat niet aan de voorwaarden van art. 38m, eerste lid, Sr is voldaan.
“[geboorteplaats] te Algerije”) vermeldt dan het uittreksel van 23 november 2015 (te weten
“[geboorteplaats] te Algerije”) is van ondergeschikt belang en doet daaraan niet af. [2] Het middel faalt in zoverre.
“openstaande zaken betreffende misdrijven”zijn geschaard, is als status daarvan in beide gevallen “
onherroepelijk” vermeld. De veroordeling van 11 januari 2010 staat sowieso vermeld onder de kop
“volledig afgedane zaken betreffende misdrijven”en ook die veroordeling is reeds volgens dit uittreksel
“onherroepelijk”geworden
.Bezien in het licht van dit uittreksel, waarnaar het hof verwijst, kan het er m.i. voor worden gehouden dat de verdachte in ieder geval driemaal onherroepelijk is veroordeeld tot telkens een gevangenisstraf. Het middel faalt in zoverre.
“de thans bewezenverklaarde feiten 1 subsidiair, 2 en 3 zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen”. Het is mij echter niet duidelijk waarop deze overweging is gebaseerd. Het uittreksel justitiële documentatie noch de overige gedingstukken vermelden iets over de tenuitvoerlegging van de (gevangenis)straffen die zijn opgelegd bij de veroordelingen als genoemd in het arrest. ’s Hofs vaststelling dat die straffen ten uitvoer zijn gelegd vóór de laatste pleegdatum, te weten 16 januari 2015, van de onderhavige bewezenverklaarde feiten is derhalve niet zonder meer begrijpelijk. [3]
tweede middelklaagt dat het hof is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, te weten dat de ISD-maatregel niet opgelegd kan worden indien het feitelijk doel daarvan betreft de terugkeer van een ongewenst vreemdeling naar het land van herkomst, zonder daarvoor in het bijzonder de redenen op te geven, dan wel dat ’s hofs beslissing tot oplegging van de ISD-maatregel in zoverre onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd.
derde middelbehelst de volgende (deel)klachten. Ten aanzien van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten zouden de redengevende bewijsmiddelen ontbreken als gevolg waarvan de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed. Voorts zou het hof afgeweken zijn van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde feit zonder daarvoor in het bijzonder de redenen op te geven. Tot slot heeft het hof verzuimd te beslissen op een verweer ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde feit, aldus het middel.
ABN AMRO
[betrokkene 1]
“op het moment van voorhanden krijgen van de bankpas wist dat deze pas van misdrijf afkomstig was.”
daarnazijn hand uit de tas van de vrouw gehaald en is haar voorbij gelopen. [8] Kortom, indien het hof al had moeten responderen op dit standpunt van de verdediging, ligt de verwerping ervan in de bewijsmotivering besloten.
vierde middelklaagt over de schending van de redelijke termijn.