ECLI:NL:HR:2005:AS9291
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Motivering oplegging maatregel plaatsing in inrichting voor opvang van verslaafden
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te Amsterdam de verdachte veroordeeld voor diefstal, poging tot diefstal met braak en wederrechtelijk binnendringen, en daarbij een maatregel opgelegd tot plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden voor de duur van één jaar. De verdachte stelde cassatie in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad beoordeelde dat de motivering van het hof omtrent de oplegging van de maatregel op grond van artikel 38m (oud) Sr ontoereikend was. De rechter dient expliciet te motiveren dat aan alle voorwaarden van deze wettelijke bepaling is voldaan, in het bijzonder de voorwaarden genoemd in het eerste lid onder 2°, 3° en 4°. Het hof had dit niet met zoveel woorden gedaan.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de maatregel betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee benadrukt de Hoge Raad het belang van een volledige en expliciete motivering bij het opleggen van deze bijzondere maatregel.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en onderstreept de zorgvuldigheid die vereist is bij het opleggen van vrijheidsbenemende maatregelen gericht op verslavingsproblematiek.
Uitkomst: Het arrest betreffende de oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor verslaafden is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.