ECLI:NL:HR:2010:BK7082
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing inzake oplegging ISD-maatregel wegens onduidelijkheid tenuitvoerlegging gevangenisstraffen
De zaak betreft het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin aan verdachte een ISD-maatregel werd opgelegd vanwege meerdere eerdere onherroepelijke vrijheidsbenemende straffen binnen vijf jaar voorafgaand aan het feit. Het hof stelde vast dat ten minste drie gevangenisstraffen vóór het te berechten feit waren tenuitvoergelegd, maar deze vaststelling was niet zonder meer begrijpelijk omdat niet kon worden uitgesloten dat straffen ook na het feit waren uitgevoerd.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor oplegging van de ISD-maatregel zoals neergelegd in art. 38m Sr en benadrukt dat de rechter expliciet moet motiveren dat aan alle voorwaarden is voldaan, met name dat de straffen vóór het feit zijn tenuitvoergelegd en dat de veiligheid dit eist. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over de tenuitvoerlegging van de straffen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor zover het de maatregel en de beslissing over feit 3 betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 9 februari 2010.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de ISD-maatregel.