Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het vierde middel
4.Beoordeling van de middelen voor het overige
5.Beslissing
6 februari 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 6 februari 2018 uitspraak gedaan in een zaak waarin een verdachte een ISD-maatregel (inrichting voor stelselmatige daders) was opgelegd wegens opzetheling, gekwalificeerde diefstal en poging tot diefstal gepleegd in 2014 en 2015. Het hof had geoordeeld dat aan de voorwaarden voor oplegging van de ISD-maatregel was voldaan, omdat de verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan deze feiten driemaal onherroepelijk tot vrijheidsbenemende straffen was veroordeeld en deze straffen waren ten uitvoer gelegd.
De verdediging voerde onder meer aan dat de veroordelingen niet onherroepelijk waren en dat er sprake was van openstaande zaken. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was, mede gelet op het uittreksel Justitiële Documentatie waaruit bleek dat de eerdere straffen daadwerkelijk waren opgelegd en ten uitvoer gelegd. De bewezenverklaarde feiten waren gepleegd na de uitvoering van deze straffen.
Daarnaast werd een klacht over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie gegrond verklaard, maar dit leidde niet tot vermindering van de opgelegde ISD-maatregel omdat deze maatregel zich niet leent voor termijnvermindering. De overige middelen werden verworpen en het beroep in cassatie werd afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de oplegging van de ISD-maatregel en wijst het cassatieberoep af, ondanks overschrijding van de redelijke termijn.