Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet voldoet aan de eisen van art. 326, eerste lid, Sv, aangezien de weergave van het aanhoudingsverzoek in dit proces-verbaal minder omvat dan de weergave van het verzoek in het verkorte proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep zoals bedoeld in art. 327a Sv.
tweede middelbevat de klacht dat het hof het namens de betrokkene gedane verzoek tot aanhouding teneinde de betrokkene in de gelegenheid te stellen zijn aanwezigheidsrecht uit te oefenen onvoldoende gemotiveerd heeft afgewezen, in het licht van hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd.