ECLI:NL:PHR:2016:392
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs voorbedachte raad bij poging moord met vuurwapen
De zaak betreft een poging moord waarbij verdachte met een vuurwapen naar het bedrijf van het slachtoffer ging, het slachtoffer vroeg, en direct drie keer op hem schoot. Het hof stelde vast dat verdachte bewust en planmatig handelde, met voldoende gelegenheid tot beraad en zonder hevige gemoedsopwelling.
De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van voorbedachte raad, omdat de tijd tussen binnenkomst en schieten te kort was om na te denken over de daad. De Hoge Raad oordeelde echter dat de gelegenheid tot beraad niet alleen afhangt van de directe tijdspanne vlak voor het schieten, maar ook van het planmatig handelen en de voorbereiding die voorafgingen.
De Hoge Raad benadrukte dat voorbedachte raad vereist dat de verdachte enige tijd heeft gehad om na te denken over zijn daad en zich daarvan rekenschap te geven. In dit geval was het redelijk aan te nemen dat verdachte die gelegenheid had tijdens zijn gang naar het bedrijf, en dat hij van die gelegenheid gebruik heeft gemaakt. Contra-indicaties zoals een hevige gemoedsopwelling ontbraken.
De conclusie is dat het hof voldoende gemotiveerd heeft vastgesteld dat sprake was van voorbedachte raad en dat het middel van de verdediging faalt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor poging moord.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte met voorbedachte raad handelde en wijst het cassatieberoep af.