Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
1 december 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 1 december 2015 het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 maart 2013 vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte met voorbedachte raad handelde bij poging tot moord door het slachtoffer te beschieten en diens auto in brand te steken.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd, met name over de gelegenheid tot beraad van verdachte. Het hof stelde dat de gelegenheid tot nadenken zich vooral voordeed tussen het schieten en het in brand steken van de auto, maar gaf geen duidelijkheid over het tijdsverloop en de betekenis van de volgorde en aard van de handelingen. Ook was vastgesteld dat verdachte woedend was en het conflict was geëscaleerd vlak voor het schieten.
De Hoge Raad herhaalde de jurisprudentie dat voorbedachte raad vereist dat verdachte zich gedurende enige tijd kon beraden en niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling handelde. Het hof had onvoldoende aandacht besteed aan mogelijke contra-indicaties zoals plotselinge drift en korte tijdspanne. Daarom moest het oordeel over voorbedachte raad en de strafoplegging opnieuw worden beoordeeld door het hof.
De overige klachten van verdachte werden verworpen, en het arrest werd verder in stand gelaten. De Hoge Raad wees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling van het onderdeel voorbedachte raad en de strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd voor het onderdeel voorbedachte raad en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.