Conclusie
Nummer21/03186
Bespreking van het eerste middel
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof de bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ ontoereikend heeft gemotiveerd nu uit de bewijsoverwegingen van het hof niet zou volgen dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.
NJ2012/518).
Bespreking van het tweede middel
tweedemiddel bevat de klacht dat het hof de maatregel als bedoeld in art. 38z Sr heeft opgelegd zonder te beschikken over een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies van een reclasseringsinstelling.
Pvda-fractie willen weten bij welke gewelds- of zedenmisdrijven het recidiverisico dusdanig hoog is dat dit, los van de aard van de veroordeelde, een zelfstandige aanleiding tot het opleggen van de maatregel kan zijn. Gelet op het mogelijk ingrijpende karakter van de zelfstandige maatregel en de potentieel zeer lange duur van het toezicht, acht ik het niet wenselijk dat rechters bij bepaalde zeden- of geweldsmisdrijven als het ware automatisch een zelfstandige maatregel opleggen. Het opleggen van de zelfstandige maatregel vergt steeds een afweging van de individuele feiten en omstandigheden van het voorliggende geval. Naast het type delict, waaraan al dan niet een verhoogd recidiverisico kleeft, dienen daarbij onder meer de omstandigheden waaronder het delict is begaan, de persoon van de dader, de impact die het delict heeft gehad op het slachtoffer en mogelijk ontstane maatschappelijke onrust te worden betrokken. Ten behoeve van de beoordeling van het toekomstige recidiverisico beschikt de rechter daarnaast over een recent opgemaakt gemotiveerd reclasseringsadvies dat naast een diagnose ook een risicotaxatie omvat.’ (p. 22)
Bespreking van het derde middel en afronding
derdemiddel bevat de klacht dat het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn is geschonden, in het bijzonder de inzendingstermijn in cassatie.