Conclusie
middelbehelst de klacht dat de beslissingen van het hof ten aanzien van het opzet van de verdachte en het namens de verdachte gedane beroep op noodweerexces niet naar de eisen der wet met redenen zijn omkleed.
Parket bij de Hoge Raad
Op 24 november 2013 stak de verdachte in Lelystad het slachtoffer met een mes in de buik tijdens een conflict in een uitgaansgelegenheid, waarna het slachtoffer ernstig letsel opliep. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet, omdat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans op overlijden van het slachtoffer heeft aanvaard.
De verdediging voerde aan dat de verdachte handelde uit zelfverdediging en stelde beroep te doen op noodweerexces, waarbij de verdachte door een hevige gemoedsbeweging zou zijn overmand. Het hof verwierp dit beroep, omdat niet aannemelijk was dat de verdachte vanuit een hevige gemoedsbeweging handelde en het steken met het mes niet in redelijke verhouding stond tot de ernst van de aanranding.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het bewijs en de verklaringen op juiste wijze had gewogen en dat het oordeel over het voorwaardelijk opzet en de verwerping van het beroep op noodweerexces niet onbegrijpelijk was. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet en verwerpt het beroep op noodweerexces.