ECLI:NL:HR:2006:AV4871
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij poging doodslag met hagelgeweer
Op 24 juni 2002 schoot de verdachte in Breda met een hagelgeweer gericht op het slachtoffer, waarbij het slachtoffer in de schouder en het achterhoofd werd geraakt door tientallen hagelkogels. Het hof stelde vast dat de afstand bij het eerste schot circa zes meter bedroeg en bij het tweede schot minder dan dertig meter.
Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut wees uit dat hagelkogels op dertig meter nog tot 6,5 centimeter in spierweefsel kunnen doordringen, met kans op dodelijk letsel, bijvoorbeeld bij het raken van de halsslagader. Het hof oordeelde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood heeft aanvaard en kwalificeerde het feit als poging tot doodslag.
De verdediging voerde aan dat de kogeltjes oppervlakkig waren ingeslagen en dat de afstand van het schot onzeker was, waardoor niet kon worden aangenomen dat verdachte de aanmerkelijke kans op overlijden bewust heeft aanvaard. De Hoge Raad verwierp dit verweer, oordeelde dat het hof het deskundigenrapport juist heeft geïnterpreteerd en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. De verdachte werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk, met bijkomende maatregelen zoals verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging tot doodslag met drie jaar gevangenisstraf, waarvan één jaar voorwaardelijk.