8. De stukken van het geding houden, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
(i) Op de terechtzitting in eerste aanleg van 14 februari 2013 zijn verbalisant [verbalisant] en de aangevers [betrokkene 2] en [betrokkene 1] in aanwezigheid van de verdachte en diens raadsman als getuigen gehoord. Zij hebben aldaar verklaringen afgelegd over de gang van zaken kort vóór en tijdens het schietincident. Ook de verdachte heeft op voornoemde terechtzitting en op de terechtzitting in hoger beroep van 21 februari 2014 uitgebreid verklaard over het schietincident.
(ii) Zoals blijkt uit de op de terechtzitting in eerste aanleg van 14 februari 2013 overgelegde pleitnotities, heeft de raadsman van de verdachte bij wijze van voorwaardelijk verzoek verzocht om een reconstructie te doen plaatsvinden van het schietincident, voor het geval de rechtbank twijfelt aan de toedracht van de feiten zoals deze zijn geschetst door de verdachte en aan de juistheid van zijn handelen. Volgens de raadsman kan alleen door middel van een reconstructie op enigszins betrouwbare wijze de situatie van 9 oktober 2010 en de betrouwbaarheid van de verschillende verklaringen worden beoordeeld.
(iii) De Rechtbank Oost-Nederland, zittingsplaats Zwolle, heeft in haar vonnis van 28 februari 2013 het verzoek van de raadsman tot het houden van een reconstructie afgewezen. Zij achtte zich op basis van de zich in het dossier bevindende stukken en de ter terechtzitting afgelegde verklaringen voldoende in staat een beeld van de situatie te vormen en tot een oordeel te komen. Vervolgens heeft de rechtbank de verdachte veroordeeld. De officier van justitie heeft op 8 maart 2013 hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis, terwijl namens de verdachte op 13 maart 2013 hoger beroep is ingesteld.
(iv) De raadsman heeft bij tijdig ingediende appelschriftuur van 27 maart 2013onder meer verzocht een reconstructie te doen verrichten op de plaats waar de ten laste gelegde feiten hebben plaatsgevonden van de door de verdachte, de aangevers en verbalisant [verbalisant] gegeven versies van hetgeen is voorgevallen teneinde te achterhalen wat er werkelijk is gebeurd, wat de verdachte heeft waargenomen en in welke tijdspanne het één en ander zich heeft afgespeeld. Voorts heeft de raadsman verzocht om een deskundige te benoemen, die mede op basis van de resultaten van de reconstructie een oordeel kan geven over de tijd die de verdachte had om te reageren en over de vraag hoe realistisch het is om van de verdachte te verwachten dat hij allerlei andere alternatieve handelingen en oplossingen de revue had laten passeren alvorens te handelen.
(v) De advocaat-generaal bij het hof heeft in reactie op de verzoeken in de appelschriftuur bij brief van 26 juli 2013, gericht aan de raadsman, aangegeven dat het verzoek tot het laten verrichten van een reconstructie dient te worden afgewezen, aangezien de noodzaak tot het uitvoeren van een dergelijke reconstructie ontbreekt. Daartoe wees de advocaat-generaal erop dat er duidelijke foto’s in het dossier aanwezig zijn en er 3d-beelden zijn van de plek waar de feiten zich hebben afgespeeld. Daarnaast is het niet waarschijnlijk dat de betrokkenen bij een reconstructie nog gedetailleerd kunnen weergeven wat, wanneer en hoe het één en ander precies is verlopen, aangezien er inmiddels een behoorlijke tijd is verstreken. Bovendien geven de verklaringen van alle betrokkenen een goed beeld van de situatie ter plaatse, terwijl deze verklaringen overeen komen met de fotobeelden in het dossier.
Voorts heeft de advocaat-generaal in deze brief medegedeeld dat ook het verzoek om een deskundige te horen dient te worden afgewezen, aangezien de noodzaak voor dit verzoek ontbreekt. De geformuleerde vragen hebben geen betrekking op een bijzondere tak van wetenschap waarover de rechter zich moet laten voorlichten.
(vi) De raadsman heeft naar aanleiding van de brief van de advocaat-generaal bij brief van 16 augustus 2013 het volgende opgemerkt over de reconstructie. Het heeft toegevoegde waarde voor de waarheidsvinding om een reconstructie te doen uitvoeren, onder meer omdat op basis van de virtuele beelden niet is te beoordelen wat de verdachte kon waarnemen en hoeveel ruimte er was.
Voorts heeft de raadsman ten aanzien de benoeming van een deskundige het volgende medegedeeld. De vragen die beantwoord dienen te worden hebben betrekking op de psychologie, de neurologie, de gedragswetenschap en/of de bewegingsleer. Alvorens een normatief oordeel over het handelen van de verdachte kan worden gegeven, is het nodig de vraag te beantwoorden of de verdachte de tijd en de gelegenheid had om eventuele alternatieven te overwegen. In dat kader noemde de raadsman de naam van de heer J. Bloem als deskundige.
(vii) Op de terechtzitting in hoger beroep van 30 augustus 2013 heeft de raadsman van de verdachte opnieuw betoogd dat het houden van een reconstructie noodzakelijk is om de details van deze zaak goed te kunnen beoordelen.
Voorts heeft de raadsman op die terechtzitting wederom verzocht om een deskundige te benoemen, die dient te beoordelen of de verdachte gelet op de beschikbare tijd anders had kunnen handelen.
(viii) Het hof heeft bij tussenarrest van 13 september 2013 de verzoeken van de raadsman afgewezen en daartoe het volgende overwogen:
“Het hof stelt vast dat door de verdediging op 13 maart 2013 hoger beroep is ingesteld en dat de appelschriftuur per fax is verzonden en ontvangen op 10 juni 2013, zodat in beginsel het noodzaakcriterium als toetsingskader heeft te gelden.