Conclusie
“De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De verplichting tot betaling aan de Staat
“Door het hof gebezigde bewijsmiddelen
als relaas van verbalisant [verbalisant 1]:
als relaas van verbalisant [verbalisant 2]:
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Het hof had het voordeel vastgesteld op € 23.549,78, gebaseerd op de aanname dat er twee eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. De verdediging voerde aan dat slechts één oogst aannemelijk was en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het van twee oogsten uitging.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof zich uitsluitend baseerde op telefoongegevens waaruit bleek dat op twee data hennepstekjes werden geleverd, maar dat dit onvoldoende is om het bestaan van twee oogsten aannemelijk te maken. Het hof heeft nagelaten de redenen te geven die tot deze afwijking van het standpunt van de verdediging hebben geleid, wat volgens art. 359, tweede en achtste lid Sv nietigheid tot gevolg heeft.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Hierbij moet het hof de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel adequaat onderbouwen en reageren op de uitdrukkelijk onderbouwde standpunten van de verdediging.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij schattingen van wederrechtelijk verkregen voordeel en de toepassing van de wettelijke voorschriften omtrent bewijsmiddelen en hoor en wederhoor in ontnemingszaken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.