ECLI:NL:HR:2013:BU4206
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herstelt berekening wederrechtelijk verkregen voordeel en vermindert betalingsverplichting wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een hofuitspraak inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. De betrokkene werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend over drie locaties, waarbij het totaalbedrag werd vastgesteld op €102.424,- en een betalingsverplichting van €92.000,- werd opgelegd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een misslag heeft gemaakt in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met name ten aanzien van de aftrek van huurkosten en borgsom. De Hoge Raad herstelt deze misslagen en stelt het voordeel vast op €88.992,-. Tevens vermindert de Hoge Raad de betalingsverplichting wegens overschrijding van de redelijke termijn, waardoor het te betalen bedrag €72.500,- bedraagt.
De overige middelen van cassatie worden verworpen. De Hoge Raad benadrukt dat de ontnemingsrechter op grond van art. 36e Sr de vaststelling van het voordeel moet baseren op de dossierstukken en het verhandelde ter terechtzitting, en dat de uitspraak de bewijsmiddelen moet vermelden waaraan de schatting is ontleend. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 14 mei 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €88.992,- en vermindert de betalingsverplichting tot €72.500,- wegens termijnoverschrijding.