Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
Het middel kan echter niet tot cassatie leiden op grond van hetgeen hierna in 2.4.3 en 2.4.4 is overwogen.
Hoge Raad
Belanghebbende, eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak te [Q], stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de waardering van zijn onroerende zaak op grond van de Wet WOZ.
De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde, rekening houdend met technische veroudering en een verlengde levensduur van de installaties van 25 jaar, terwijl de Taxatiewijzer uitgaat van 10 tot 20 jaar. Het Hof oordeelde dat de bewijslast voor technische veroudering bij belanghebbende ligt, maar achtte de waardering van de heffingsambtenaar terecht.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had over de bewijslast, maar dat dit niet tot cassatie kon leiden omdat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de verlengde levensduur en restwaarde correct waren toegepast. De Hoge Raad bevestigde dat afwijking van de Taxatiewijzer mogelijk is indien dit voldoende wordt onderbouwd.
Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de waardering van de onroerende zaak inclusief technische veroudering wordt bevestigd.