Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 25 september 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 1.500;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 218,75;
- draagt de Staat op het betaalde griffierecht van € 184 aan eiseres te vergoeden;
- draagt de Staat op om de toegekende vergoedingen te betalen op een bankrekening die op naam staat van eiseres;
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van wettelijke rente gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak, dan wel, indien dit een later gelegen datum is, vier weken na de datum waarop opgaaf is gedaan van een bankrekening op naam van eiseres.”
Feiten
Hof]
Oordeel van de Rechtbank
Vooraf over het Unierecht en de Wet Bpm
Immateriële schadevergoeding
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen over de vergoeding van immateriële schade en het griffierecht;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 1.887;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende in bezwaar, beroep en hoger beroep tot een bedrag van € 2.914,50;
- gelast de Inspecteur het griffierecht in hoger beroep van € 279 te vergoeden, en
- bepaalt dat de termijn voor de vergoeding van wettelijke rente ten aanzien van de proceskosten en het griffierecht gaat lopen vanaf vier weken na de datum van deze uitspraak.