Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 5 juni 2024
[X] B.V., te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
- de Rechtbank onbevoegd is om uitleg te geven aan het Unierecht en verplicht is om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) te stellen;
- belanghebbende verplicht is voorafgaand aan de behandeling griffierecht te betalen;
- ten onrechte geen (integrale) proceskostenvergoeding is toegekend;
- belanghebbende recht heeft op een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn;
- recht bestaat op teruggaaf van bpm en een passende rentevergoeding.
Beoordeling van het hoger beroep
- ten eerste de regel dat, op dat gebied, de ontvankelijkheid van een verzoek in kort geding of een beroep afhangt van betaling, door de justitiabele, van vaste griffierechten, zodat dat verzoek of beroep slechts kan worden behandeld nadat die rechten zijn voldaan;
- ten tweede de regel dat, op dat gebied, voor een verzoek in kort geding dat met een beroep ten gronde wordt ingediend een specifiek vast griffierecht moet worden voldaan; en
- ten derde de regel dat, op dat gebied, de vaste griffierechten niet bij administratief besluit worden opgelegd, zodat tegen die griffierechten niet kan worden opgekomen bij een gerecht met volledige rechtsmacht.