Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 2 augustus 2022
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Vaststaande feiten
)/1.20985) en per 1 januari 2016 op € 743.478,65 (= (73.544 x $ 11.006)/1.0887) en deze waardes in de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen over 2015 en 2016 van belanghebbende begrepen.
Oordeel van de Rechtbank
Bezittingen in box 3
“13. Partijen verschillen wel van mening over het bezit van de deelnemingsrechten CATF . Uit de gedingstukken volgt dat CATF aan eiser 73.544 deelnemingsrechten CATF heeft toegekend. Eiser heeft geweigerd in te stemmen met de toekenning van deelnemingsrechten, maar de toekenning is, voor zover de rechtbank begrijpt, in 2015 en 2016 door CATF niet ingetrokken of anderszins ongedaan gemaakt.
14. Gelet op wat is vermeld in de brief van 23 december 2011 (zie onder 2) kan eiser niet volstaan - zoals hij heeft gedaan - met ontkenning dat hij een aanspraak op deelnemingsrechten CATF heeft verkregen. Uit de brief blijkt dat dat participaties in [Stichting B] zijn omgevormd tot deelnemingsrechten CATF . Ook al wenste eiser het omzetten van participaties [Stichting B] in deelnemingsrechten CATF niet, dan betekent dit niet dat deze deelnemingsrechten niet tot het bezit van eiser zijn gaan behoren.
Het ontstaan van een schuldvordering van eiser op CATF met betrekking tot het uitoefenen van de aan de deelneming verbonden rechten CATF die aan eiser zijn toegekend, is daarmee uitsluitend nog afhankelijk van de wil van eiser. Eiser heeft het op de waardepeildata geheel in eigen hand om een vordering te doen ontstaan. Aldus heeft eiser een wilsrecht. Dit wilsrecht is op geld waardeerbaar en behoort dan ook tot bezittingen als bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, aanhef en letter f, Wet IB.[1]
15. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de onderhavige zaken aan te houden in afwachting van de uitkomst van een civiele procedure, naar eiser stelt thans aanhangig bij de Luxemburgse rechter, waarvan de rechtmatigheid van omvorming van de deelnemingsrechten CATF onderwerp zou zijn. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de uitkomst van die procedure van directe betekenis kan zijn voor het onderhavige geschil.”
[3]€ 9.842
[4]
€ 5.456[5]
€ 6.728[6]
[9]Uitgaande van een koers op 1 januari 2015 van 1.20985 USD per Euro en op 1 januari 2016 van 1,0887 USD per Euro, heeft verweerder de waarde van 73.544 deelnemingsrechten CATF (het aantal rechten dat aan eiser is toegekend) per 1 januari 2015 berekend op € 649.881 (= (73.544 x $ 10.691
)/1.20985) en per 1 januari 2016 op € 743.478,65 (= (73.544 x $ 11.006)/1.0887).
Proceskosten
- Vragen aan de beheerder van CATF - 30 maart 2017 - https:// catfunithouders .nl/wp-content/uploads/2012/09/Vragen_aan_ [C S.à.r.l] _2017.pdf. Alle berichten | Stichting Belangenbehartiging Unithouders CATF | Samen staan we sterker! ( catfunithouders .nl).
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het geschil
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag 2015 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 10.755 onder handhaving van de overige elementen van de aanslag;
- vermindert de aanslag 2016 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 7.228 onder handhaving van de overige elementen van de aanslag;
- vermindert de beschikkingen belastingrente dienovereenkomstig en
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 134 aan griffierecht te vergoeden.