ECLI:NL:HR:2023:1393
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2015 en 2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 augustus 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag inzake belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2015 en 2016 had behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Vanwege artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is de Hoge Raad niet verplicht om zijn oordeel nader te motiveren, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd op 6 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, bestaande uit de vice-president als voorzitter en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.