ECLI:NL:GHARN:2010:BM9140
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gelijkheidsbeginsel en landbouwvrijstelling bij onttrekking agrarisch bouwperceel
Belanghebbende exploiteerde een landbouwbedrijf en bracht in 2004 een agrarisch bouwperceel over van het ondernemingsvermogen naar privé voor de bouw van een bedrijfswoning. De Inspecteur paste de landbouwvrijstelling niet toe op het verschil tussen de waarde van de bouwgrond met en zonder bouwvergunning, wat leidde tot een geschil over de fiscale behandeling.
De Hoge Raad had in eerdere arresten bepaald dat de landbouwvrijstelling slechts geldt voor het verschil tussen de waarde van cultuurgrond en de boekwaarde van de bouwkavel, en dat bebouwde grond niet meer voor landbouw wordt gebruikt. De Staatssecretaris had echter een beleid gevoerd dat ook de ondergrond van bestaande woningen als landbouwgrond behandelde, wat later als onjuist werd erkend.
Het Hof oordeelde dat dit beleid na bekendwording van de onjuistheid te lang werd voortgezet zonder tijdige beëindiging en communicatie, waardoor het als begunstigend beleid geldt. Belanghebbende kan daarom op grond van het gelijkheidsbeginsel een beroep doen op de landbouwvrijstelling voor het verschil in waarde tussen cultuurgrond en bouwgrond.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, waarbij de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen wordt bevestigd, maar de aanslag Ziekenfondswet wordt verminderd. Tevens wordt belanghebbende in het gelijk gesteld over de persoonsgebonden aftrek en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, waarbij belanghebbende een beroep kan doen op de landbouwvrijstelling en de aanslag Zfw wordt verminderd.