ECLI:NL:HR:1997:AA3227
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over waardering bouwperceel bij overbrenging naar privévermogen
Belanghebbende exploiteerde een melk- en pluimveebedrijf met een kaaswinkel en bracht in 1991 een bouwperceel over van zijn ondernemingsvermogen naar zijn privévermogen. De Inspecteur stelde dat hierdoor een boekwinst was gerealiseerd, deels vrijgesteld wegens bestemmingswijziging. Het hof had de waarde van het perceel vastgesteld op basis van de mogelijkheid tot verkoop zonder beperkingen, wat leidde tot een hogere waardering dan bij agrarische bestemming.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met de bestemming van de te bouwen tweede bedrijfswoning als agrarische bedrijfswoning bij de waardebepaling. De waardeverschillen moesten worden beoordeeld met inachtneming van de verwachting of de agrarische bestemming zou worden gehandhaafd. Hierdoor waren de middelen van belanghebbende deels gegrond en moest het hof de zaak herbeoordelen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens werd bepaald dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van het griffierecht en proceskosten in cassatie. Het arrest werd op 7 mei 1997 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor herbeoordeling met inachtneming van haar arrest.