ECLI:NL:HR:2004:AO9025
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bestemmingswijzigingswinst bij bouw woning op landbouwgrond
Belanghebbende, vennoot in een vof die een bloembollenbedrijf exploiteert, had grond met agrarische bestemming gekocht om daarop een woning en agrarisch bedrijf te vestigen. De vof verkreeg bouwvergunningen voor een schuur met kas en later voor een bedrijfswoning. Een deel van de grond werd per 31 december 1999 overgebracht naar het privévermogen van belanghebbende.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op die na bezwaar werd verminderd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof oordeelde dat de bouw van de bedrijfswoning niet leidde tot een bestemmingswijziging van de grond en dat de grond dienstbaar bleef aan het landbouwbedrijf, waardoor geen winst uit bestemmingswijziging hoefde te worden belast.
De Hoge Raad stelt dat volgens artikel 8, lid 1, letter b, Wet op de inkomstenbelasting 1964, de bouw van een woning op landbouwgrond deze grond onttrekt aan het gebruik voor landbouw in eigenlijke zin. Dit geldt ook als de woning dienstbaar is aan het bedrijf of de ondernemer nabij zijn bedrijf woont. Het Hof heeft dit onjuist beoordeeld, waardoor het arrest wordt vernietigd en het beroep van belanghebbende ongegrond wordt verklaard.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten en doet de zaak af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof vernietigd.