Uitspraak
1. [appellant1] ,
[appellant1],
2. [appellante2] ,
[appellante2],
3. [appellant3] (voorheen h.o.d.n. o.a. TOP1TOYS),
[appellant3] (voorheen h.o.d.n. o.a. TOP1TOYS),
4. [appellant4] ,
[appellant4],
5. [appellant5] ,
[appellant5],
6. [appellant6] ,
[appellant6],
7. [appellant7] Toys V.O.F. h.o.d.n. TOP1TOYS [E] ,
[appellant7] v.o.f.,
8. [appellant8] ,
[appellant8],
9. [appellant9] ,
[appellant9] ,
[appellanten] c.s.,
1. Otto Simon B.V.,
Otto Simon,
2. [geïntimeerde2] ,
[geïntimeerde2],
Otto Simon c.s.,
1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
De verdere beoordeling van de grieven en de vorderingen
"Investeringsbegroting en Financieringsplan",
"Specificatie Investeringen"en de
"Bedrijfsresultaten"voor de zaak in Zundert (productie 21 bij dagvaarding eerste aanleg). Onderaan elk stuk is telkens vermeld
"Aan bovenstaande cijfers kunnen geen rechten worden ontleend". Bij de bedrijfsresultaten is in de kop vermeld dat het gaat om een taakstelling voor het eerste, tweede en derde jaar. Ter vergelijking zijn branchecijfers gegeven van het EIM. De brutowinst in een percentage van de omzet is voor de eerste drie jaren gelijk gesteld aan de brutowinst volgens de gegevens van het EIM, 34 %.
"Investeringsbegroting en Financieringsplan",
"Specificatie Investeringen"en de
"Bedrijfsresultaten"voor de zaak in Sint Willebrord (productie 22 bij dagvaarding eerste aanleg). Onderaan elk stuk is telkens vermeld
"Aan bovenstaande cijfers kunnen geen rechten worden ontleend". Bij de bedrijfsresultaten is in de kop vermeld dat het gaat om een taakstelling voor het eerste, tweede en derde jaar. Ter vergelijking zijn branchecijfers gegeven van het EIM. De brutowinst in een percentage van de omzet is voor de eerste drie jaren gelijk gesteld aan de brutowinst volgens de gegevens van het EIM, 34 %.
"Investeringsbegroting en Financieringsplan",
"Specificatie Investeringen"en de
"Bedrijfsresultaten"voor de zaak in Sint Willebrord (productie 23 bij dagvaarding eerste aanleg) met daarop de volgende handgeschreven vermeldingen:
"Aan bovenstaande cijfers kunnen geen rechten worden ontleend". Op de laatste pagina is daar aan toegevoegd:
"Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemer om de gegevens te toetsen. Voor een uitgebreid vestigingsplaatsonderzoek verwijzen wij u naar gespecialiseerde buro's."Bij de bedrijfsresultaten is in de kop vermeld dat het gaat om een taakstelling voor het eerste, tweede en derde jaar. Ter vergelijking zijn branchecijfers gegeven van het EIM. De brutowinst in een percentage van de omzet is voor de eerste drie jaren gelijk gesteld aan de brutowinst volgens de gegevens van het EIM, 34 %.
2. Afspraak is door OS geïnitieerd daar [appellant3] de overeenkomst tussen OS enerzijds en de vestiging in Zundert anderzijds niet wenst te verlengen. De overeenkomst eindigt contractueel in januari 2012.
3. Achterliggende reden voor het niet verlengen van de overeenkomst is de het feit dat de kosten in de vestiging te Zundert simpelweg te hoog zijn om rendabel te kunnen functioneren.
4. OS is op de hoogte gesteld van de financiële situatie waarin [appellant3] verkeert en geeft aan te schrikken van het rendement van Zundert. Kila geeft aan dat de knelpunten onder meer huisvesting, personeel, gedwongen incourante voorraad en zeer hoge reclamekosten zijn.
Door het opheffen van de vestiging Zundert realiseert [appellant3] een aanzienlijke jaarlijkse besparing waardoor [appellant3] weer zwarte cijfers kan schrijven.
5. Kila geeft aan dat het in het belang van [appellant3] is om Zundert te sluiten en de focus te leggen op St. Willebrord. OS bevestigt dit en geeft aan dat er naar haar mening zelfs, door inspanning, een omzetstijging te realiseren valt.
6. OS merkt op dat de voorraden van [appellant3] aan de hoge kant zijn. [appellant3] neemt dit ter
7. OS geeft aan dat de overeenkomst niet opgezegd kan worden daar er betalingsachterstand is. Kila geeft aan dat de overeenkomst niet wordt opgezegd doch dat [appellant3] de overeenkomst na de contractuele looptijd niet wenst te verlengen.
8. Kila vraagt om een overzicht, OS zal dit mailen.
9. In grote lijnen geeft OS de volgende bedragen op:
10. Daarnaast is er een valuta-achterstand van € 9.000,00. Ook hierover zal [appellant3] een betalingsregeling treffen.
11. Tevens staan er, middels een notalijst, diverse bestellingen in order.
12. Om de overgang soepel te laten verlopen en de liquiditeitsdruk niet onevenredig op te voeren is er voor gekozen voor de volgende regeling:
1. De schuld aan Otto Simon bedraagt per 27/8/2009 356.000,- euro. De schuld wordt op dat bedrag gefixeerd.
2. Otto Simon neemt terug de gehele voorraad en het formule-materiaal en het kassa computersysteem. In plaats van de blauwe achterwanden plaatst Otto Simon witte achterwanden.
3. Na terugname van de bovengenoemde zaken resteert een schuld van EUR 115.000,- waarvoor jaarlijks een rente verschuldigd is van 5,5%, met dien verstande dat indien de Euribor boven de 4% komt vanaf stijging daarboven de rente gelijk met de Euriborstijging zal stijgen. De rente wordt betaald per maand.
4. Aflossing van de schuld vindt plaats in 10 jaren vanaf 1 oktober 2009 door betaling in maandelijkse termijnen.
5. Na aflossing van de schuld geeft Otto Simon het hypotheekrecht vrij. Er mag vrij eerder, zonder enige boete, worden afgelost.
6. Na voldoening aan het voorgaande verlenen partijen elkaar finale kwijting.
1. [appellant5] zal aan Otto Simon tegen finale kwijting een bedrag betalen groot € 45.000,-. Van dit bedrag zal op 11 november 2011 € 15.000,- door middel van een overschrijving via het internet op het rekeningnummer [00000] (Rabobank) ten name van Otto Simon B.V. worden overgemaakt. Het restant ad € 30.000,- zal worden voldaan in 30 gelijke opvolgende maandelijkse termijnen van € 1.000,-, te beginnen op 1 december 2011 met dien verstande dat de termijnen steeds uiterlijk op de 1e van de maand op het rekeningnummer van Otto Simon B.V. zullen zijn bijgeschreven.
2. Alle gelegde beslagen zullen worden opgeheven zodra de betaling van € 15.000,- heeft plaats gevonden.
3. Partijen verklaren over en weer dat er geen door de beslagen getroffen goederen meer aan de andere partij hoeven te worden afgegeven. De goederen die bij de respectievelijke partijen aanwezig zijn zullen daar aanwezig blijven.
4. Na betaling van het bedrag van € 15.000,- verlenen partijen over en weer finale kwijting terzake van de onderwerpen van dit geschil, alle verplichtingen die rusten of hebben gerust dan wel zullen rusten op partijen ingevolge de tussen hen gesloten samenwerkingsovereenkomst.
5. Partijen zullen de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst en de heden getroffen regeling geheim houden.
6. Deze overeenkomst is niet vatbaar voor ontbinding wegens toerekenbare niet-nakoming.
(…)"
"Investeringsbegroting en Financieringsplan",
"Specificatie Investeringen"en de
"Bedrijfsresultaten"voor de winkel van [appellant6] in Zevenbergen (productie 67 bij dagvaarding in eerste aanleg). Onderaan elk stuk is telkens vermeld
"Aan bovenstaande cijfers kunnen geen rechten worden ontleend". Bij de bedrijfsresultaten is in de kop vermeld dat het gaat om een taakstelling voor het eerste, tweede en derde jaar. Ter vergelijking zijn branchecijfers gegeven van het EIM. De brutowinst in een percentage van de omzet is voor de eerste drie jaren gelijk gesteld aan de brutowinst volgens de gegevens van het EIM, 34 %.
1. Optimistisch: 1.750.000 wat haalbaar is volgens jou en de bank als alles mee zit
2. Pessimistisch: 1.350.000 wat volgens mijn adviseur gehaald gaat worden
3. Realistisch: 1.500.000 er veilig tussenin
1.De heer mr. J.S. KUIPER
2.De heer [appellant9]
Wij hebben prognoses en jaarrekeningen van 6 franchise nemers van Top 1 Toys via Justion Advocaten ontvangen. De heer mr. J.W.M. Mathijsen van ons kantoor heeft met u en één van de belanghebbenden gesproken;
Wij hebben een onderzoek verricht naar de geprognotiseerde en gerealiseerde omzet en brutowinstmarge van 6 franchise nemers van Top 1 Toys. De geprognotiseerde omzet en brutowinstmarge komen uit het ondernemingsplan inzake de vestiging van een Top 1 Toys Speelgoedwinkel. De financiële onderbouwing van het ondernemingsplan is volgens de franchise nemers van Top 1 Toys door de franchise gever verstrekt en in het ondernemingsplan overgenomen. De gerealiseerde omzet en brutomarge in de bijlage zijn overgenomen van de door ons ontvangen jaarrekeningen van de franchisenemers van Top 1 Toys;
Uit ons onderzoek blijkt dat de geprognotiseerde omzet in alle gevallen hoger is dan de gerealiseerde omzet. De gerealiseerde brutomarge is in bijna alle gevallen lager dan de geprognotiseerde brutomarge. In het geval dat de gerealiseerde brutomarge hoger is dan de geprognotiseerde brutomarge, verklaart de franchise nemer aan Justion Advocaten dat een betere brutomarge behaald werd door inkopen van artikelen buiten de franchise organisatie Top 1 Toys. Wij hebben de juistheid van deze verklaring door de betreffende franchisenemers niet getoetst. In de bijgevoegde grafiek is tevens het branchegemiddelde (2012: 33% brutowinst) volgens het Hoofdbedrijfschap Detailhandel opgenomen."
grief IIhebben [appellanten] c.s. verschillende nieuwe feiten naar voren gebracht. Nu het hof de feiten zelf heeft vastgesteld behoeft deze grief geen verdere bespreking.
grieven III tot en met VIleggen [appellanten] c.s. het geschil in volle omvang aan het hof ter beoordeling voor. Het hof zal deze grieven gezamenlijk bespreken.
"Overeenkomst Top 1 Toys Basic Light"van 22 september 2010 is gesloten tussen Otto Simon en de v.o.f. Van Trier-Musters en uit het handelsregister blijkt dat deze vennootschap is opgeheven per 1 juli 2013. Volgens Otto Simon c.s. hebben [appellant1] en [appellante2] niet gesteld, dan wel duidelijk gemaakt dat de vorderingen waar zij thans een beroep op doen, zo deze al bestonden, aan hen zijn overgedragen.
"Overeenkomst Top 1 Toys"heeft gesloten wordt volgens Otto Simon c.s., die daarbij hebben verwezen naar de inschrijvingen in het Handelsregister, vanaf 30 januari 2012 voor rekening en risico van [L] gedreven. Voor zover er rechten of aanspraken op Otto Simon mochten bestaan zijn deze overgegaan op [L] , aldus Otto Simon c.s.
" [appellant3] Speelgoed"per 30 januari 2012 een andere eigenaar heeft. Daaruit blijkt niet op welke wijze de overdracht tussen [appellant3] en [L] vorm is gegeven en of [appellant3] vorderingen en zo ja welke vorderingen aan [L] heeft overgedragen. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat [appellant3] , die de speelgoedzaak als eenmanszaak dreef, nog steeds zelf dat vorderingsrecht heeft, zo de gestelde vordering bestaat.
"Overeenkomst Top 1 Toys", niet af te leiden dat [appellant3] een vorderingsrecht als thans aan de orde heeft prijsgegeven.
"taakstelling", anders dan [appellant3] en [appellant6] hebben gesteld, dat bij een gegeven kostenpatroon en een vooraf vastgestelde marge een bepaalde omzet moet worden gehaald en niet dat die omzet ook kan worden behaald.
"OVERZICHT PROGNOSES & RESULTATEN"(productie 114 bij memorie van grieven). De vordering van [appellant3] ontbeert in dit opzicht dan ook een feitelijk juiste grondslag.
"OVERZICHT PROGNOSES & RESULTATEN"is voor de gerealiseerde omzet en het resultaat van [appellant6] verwezen naar productie 31 bij dagvaarding in eerste aanleg, maar dit stuk heeft (evenals overigens productie 32) uitsluitend betrekking op de speelgoedwinkel van [appellant5] in Son en Breugel.
"Overzicht verkochte artikelen per leverancier"(productie 17 bij conclusie van dupliek in conventie) dat een marge van 33,34% is gerealiseerd. Het hof acht de verschillen tussen de behaalde omzet en de taakstellende omzet dan ook niet wezenlijk.
"(…) de speelgoedzaak met het beste prijsniveau!"en
"U bent als Top1Toys ondernemer in staat om dit beste prijsniveau te realiseren omdat u profiteert van internationaal inkoopvoordeel omdat u bij de bron koopt."Ter gelegenheid van de comparitie op 17 september 2018 hebben zij daar nog de volgende passages van de website aan toegevoegd:
"Ondertussen is er door de afdeling bedrijfsadvies een marketingrapport en een investerings- en exploitatiebegroting gemaakt."in het geval van [appellant3] weliswaar geen inhoud gegeven, maar dat kan niet tot dwaling bij [appellant3] hebben geleid, omdat hij kon waarnemen dat hij geen marketingrapport en een investerings- en exploitatiebegroting van Otto Simon had ontvangen alvorens de franchiseovereenkomst te sluiten. Voor [appellant6] en IndeBoogaard B.V./ [appellant9] geldt hetzelfde, maar zij hadden bovendien zelf al een ondernemingsplan opgesteld.