ECLI:NL:HR:2002:AD7329
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- A.E.M. Van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens onjuiste omzetprognose in franchiseovereenkomst
In deze zaak vordert de franchisenemer schadevergoeding van de franchisegever wegens een onjuiste omzetprognose die aan de franchiseovereenkomst ten grondslag lag. De franchisenemer stelt dat de franchisegever tekortgeschoten is door een onjuist en onvolledig vestigingsplaatsonderzoek te verstrekken.
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat de franchisegever aansprakelijk was en kende schadevergoeding toe. Het hof vernietigde dit vonnis echter en wees de vordering af, stellende dat de fouten in het rapport niet aan de franchisegever konden worden toegerekend en dat er geen verbintenis bestond om de franchisenemer te informeren over omzetverwachtingen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof. Uit de aard van de franchiseovereenkomst volgt niet zonder meer een verplichting tot het verschaffen van juiste omzetprognoses. Bovendien is niet gesteld dat het handelen van de franchisegever onrechtmatig was in de zin van art. 6:170 BW Pro. Het cassatieberoep wordt verworpen en de kosten worden aan de franchisenemer opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de franchisegever niet aansprakelijk is voor de schade wegens de onjuiste omzetprognose.