ECLI:NL:CRVB:2022:250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- D.S. de Vries
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit zorgkantoor over vaststelling persoonsgebonden budget Wlz wegens onvoldoende onderzoek
Betrokkene, met een licht verstandelijke beperking, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het zorgkantoor stelde het pgb voor 2015 lager vast na een administratief onderzoek, waarbij het grootste deel van het betaalde bedrag werd afgekeurd en teruggevorderd. De rechtbank vernietigde dit besluit deels en stelde het pgb hoger vast dan het zorgkantoor had gedaan.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het zorgkantoor het administratieve onderzoek onjuist en onvoldoende heeft uitgevoerd. De Raad benadrukt dat de Wlz een systematiek kent van controles aan de voorkant (bij aanvraag, zorgovereenkomst en declaraties) en dat controles achteraf niet ten koste mogen gaan van de verzekerde. Het zorgkantoor had de controle aan de voorkant niet deugdelijk uitgevoerd en mocht de gevolgen daarvan niet volledig op betrokkene afwentelen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, behalve de beslissingen over proceskosten en griffierecht. Het zorgkantoor moet een nieuw, zorginhoudelijk onderzoek verrichten en op basis daarvan een nieuwe beslissing nemen. Daarbij moet het zorgkantoor rekening houden met de systematiek en bescherming van de verzekerde zoals uiteengezet in deze uitspraak. Tevens wordt het zorgkantoor veroordeeld in de proceskosten van betrokkene en moet het griffierecht worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot lagere vaststelling van het pgb wordt vernietigd; het zorgkantoor moet een nieuw onderzoek doen en een nieuwe beslissing nemen.