ECLI:NL:CRVB:2022:1592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- J. Brand
- M.A.H. van DalenVan Bekkum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aanvullende beurs studiefinanciering over september 2018 aan migrerende werknemer
Appellante, met de Griekse nationaliteit, vroeg studiefinanciering aan vanaf 1 september 2018 voor een masteropleiding. De minister wees de aanvraag voor september 2018 af vanwege het niet voldoen aan de nationaliteitseis. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de weigering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat op de peildatum 1 september 2018 appellante nog niet als migrerende werknemer kon worden beschouwd, aangezien haar arbeidsovereenkomst pas op 14 september 2018 begon en zij pas vanaf 1 oktober 2018 als migrerende werknemer geldt. Dit betekent dat zij over september 2018 geen recht had op studiefinanciering.
In hoger beroep voerde appellante aan dat deze peildatum indirecte discriminatie oplevert ten opzichte van Nederlandse studenten. De Raad oordeelde echter dat niet-Nederlanders alleen gelijkgesteld worden aan Nederlanders als zij werknemer zijn, wat per 1 september 2018 nog niet het geval was. Hierdoor is er geen sprake van verboden indirecte discriminatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de aanvullende beurs over september 2018 omdat appellante toen nog niet als migrerende werknemer gold.