ECLI:NL:CRVB:2024:724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen studiefinanciering voor migrerend werknemer wegens niet voldoen nationaliteitseis op peildatum
Appellant vroeg studiefinanciering aan voor september 2021, maar de minister wees dit af omdat appellant op de peildatum 1 september 2021 nog niet als migrerend werknemer kon worden beschouwd en niet voldeed aan de nationaliteitseis van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond voor september 2021. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de peildatum indirect discriminerend is en in strijd met artikel 45 VWEU Pro, omdat migrerend werknemers hierdoor benadeeld zouden worden ten opzichte van Nederlandse studenten.
De Raad oordeelde dat de peildatum bepalend is voor het aanvangsmoment van het werknemerschap en dat het feit dat appellant pas medio september 2021 een arbeidsovereenkomst sloot betekent dat hij op 1 september nog geen migrerend werknemer was. De indirecte discriminatie werd verworpen omdat niet-Nederlanders pas als vergelijkbaar met Nederlanders worden beschouwd zodra zij werknemer zijn geworden.
Het beroep op het arrest van het Hof van Justitie EU werd afgewezen omdat de situatie niet vergelijkbaar is met het woonplaatscriterium in die zaak. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af, waardoor appellant geen studiefinanciering ontvangt voor september 2021.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op studiefinanciering voor september 2021 omdat hij op de peildatum nog geen migrerend werknemer was.