ECLI:NL:CRVB:2025:511
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing reisvoorziening op grond van Wsf 2000 wegens geen migrerend werknemerschap op peildatum
Appellant, met de Spaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een reisvoorziening op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) met ingang van 1 juli 2021. Bij de aanvraag overlegde hij een arbeidsovereenkomst met een Nederlandse werkgever met een ingangsdatum van 5 juli 2021. De minister wees de aanvraag voor juli 2021 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel omdat appellant op de peildatum 1 juli 2021 nog geen migrerend werknemer was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de peildatum indirecte discriminatie oplevert en dat hij op 1 juli 2021 al migrerend werknemer was op basis van een payrollovereenkomst die op 29 juni 2021 inging. De Raad verwierp beide gronden. De peildatum leidt niet tot verboden indirecte discriminatie volgens vaste jurisprudentie. Hoewel er een oproepovereenkomst bestond, was er op 1 juli 2021 geen feitelijke arbeid verricht, zodat appellant toen nog geen migrerend werknemer was.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Appellant heeft geen recht op de reisvoorziening over juli 2021 en krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant heeft geen recht op de reisvoorziening over juli 2021.