Uitspraak
18.3864 AKW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
totaal € 172,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een Nederlandse staatsburger, verhuisde in 2015 met haar kinderen naar Spanje en keerde in januari 2017 met haar jongste kind terug naar Nederland. Zij vroeg kinderbijslag aan vanaf maart 2017, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af vanaf het tweede kwartaal van 2017 omdat zij nog geen duurzame band met Nederland had.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep werd geoordeeld dat appellante op de peildata (tweede en derde kwartaal 2017) geen woonplaats in Nederland had. De Raad stelde vast dat het toetsingskader van de lagere instanties onjuist was omdat zij het begrip ingezetenschap toepasten in plaats van het juiste Unierechtelijke kader onder Verordening (EG) nr. 883/2004 en 987/2009.
Uit de feiten bleek dat appellante pas vanaf 10 juli 2017, toen haar oudste kinderen een zorgverzekering in Nederland kregen, haar woonplaats naar Nederland had verlegd. Voor die datum was het verblijf nog van tijdelijke aard. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en veroordeelde de Svb in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Appellante had op de peildata in 2017 nog geen woonplaats in Nederland en was terecht niet verzekerd voor de AKW.