Uitspraak
19.415 WW
OVERWEGINGEN
6 juni; 17 t/m 31 juli; 1 t/m 24 augustus; 6 t/m 30 september; 1 t/m 31 oktober;
1 t/m 7 november en 17 t/m 30 november. Als gevolg hiervan heeft het Uwv ook het bedrag van de terugvordering gewijzigd naar € 10.763,32. Ook het bezwaar tegen primair besluit 3 is gegrond verklaard en het bedrag van de boete is gewijzigd naar € 5.381,66.
(Vo 883/2004) en artikel 55 van Pro Verordening (EG) nr. 987/2009 (Vo 987/2009).
.Ter zitting heeft de gemachtigde van appellante te kennen gegeven dat ook hij het in dit stadium niet meer zinvol acht deze getuigen te horen.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 14 juni 2018 voor zover daarbij het bezwaar tegen het besluit van 16 januari 2018 ongegrond is verklaard;
- herroept het besluit van 16 januari 2018;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit van 14 juni 2018;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 4.223,89;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het betaalde griffierecht van € 174,- vergoedt.