ECLI:NL:CRVB:2018:3837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gemeente mocht Wmo-huishoudhulp niet baseren op nieuwe normtijden zonder deugdelijke onderbouwing
Betrokkene, geboren in 1949 en met diverse aandoeningen, ontving op grond van de Wmo 2015 hulp bij het huishouden. Na beleidswijziging in 2016 stelde de gemeente Nijkerk de hulpduur bij maatwerkvoorziening vast op 4,5 uur per week, gebaseerd op normtijden uit een Indicatieprotocol, dat steunde op een KPMG-onderzoek en een rapport van Bureau HHM.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de normtijden niet berustten op een deugdelijk onderzoek en kende betrokkene 7 uur hulp toe. Het college ging in hoger beroep en verdedigde de normtijden als objectief en passend binnen de Wmo 2015. De Raad oordeelde dat het KPMG-onderzoek wel degelijk onafhankelijk en deugdelijk was, maar dat de gemeente in haar Indicatieprotocol afwijkingen had gemaakt die niet op het onderzoek waren gebaseerd, met name bij het onderdeel licht huishoudelijk werk.
De Raad bevestigde dat normtijden als standaardmodules maatwerkvoorzieningen zijn, maar dat het college altijd een individueel onderzoek moet doen en moet afwijken als de norm niet passend is. Omdat de normtijden voor licht huishoudelijk werk niet op het onafhankelijke onderzoek berustten, kon het besluit niet standhouden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarbij betrokkene recht heeft op 7 uur hulp per week.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene recht heeft op 7 uur huishoudelijke hulp per week en vernietigt het besluit van het college.