ECLI:NL:CRVB:2016:1402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatwerkvoorziening huishoudelijke verzorging onder Wmo 2015 en overgangsrecht
Appellante, met diverse lichamelijke en psychische beperkingen na een ongeval, kreeg huishoudelijke verzorging toegekend onder de oude Wmo. Het college stelde een overgangsregeling in met een collectieve maatwerkvoorziening van 78 uur per jaar onder de Wmo 2015. De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit onrechtmatig was, maar het bezwaarbesluit terecht was genomen onder de Wmo 2015.
Appellante voerde aan dat de collectieve maatwerkvoorziening onvoldoende was en niet op objectief onderzoek was gebaseerd, mede vanwege haar allergieklachten. Het college stelde dat de beleidsvrijheid groot is en dat de norm van 78 uur voortkomt uit budgettaire en beleidsafwegingen, waarbij maatwerk mogelijk is indien medisch noodzakelijk.
De Raad bevestigde dat huishoudelijke verzorging onder de Wmo 2015 valt en dat gemeenten beleidsvrijheid hebben, maar oordeelde dat de standaardmodules niet op objectief, onafhankelijk onderzoek berusten. Hierdoor ontbrak inzicht in het noodzakelijke niveau van schoonmaken en de benodigde tijd. De allergieklachten van appellante rechtvaardigden geen extra ondersteuning.
De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet en bepaalde dat appellante recht heeft op 3 uur per week ondersteuning bij het huishouden tot 19 mei 2016. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Appellante krijgt recht op 3 uur per week ondersteuning bij het huishouden tot 19 mei 2016.