ECLI:NL:CRVB:2016:584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterecht intrekken en terugvorderen bijstand wegens tijdelijk verblijf tijdens woningrenovatie
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en woonde officieel bij zijn broer op het uitkeringsadres. Na melding van een renovatie van zijn woning, waarbij hij tijdelijk niet op het uitkeringsadres verbleef, trok het college de bijstand over de renovatieperiode in en vorderde kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking ongegrond en wees het beroep af, maar vernietigde de maatregel van verlaging van bijstand. Appellant ging in hoger beroep tegen de intrekking en terugvordering.
De Raad oordeelt dat ondanks de feitelijke afwezigheid van appellant tijdens de renovatie, hij zijn woonadres op het uitkeringsadres heeft behouden vanwege het tijdelijke karakter van de renovatie, het achterlaten van persoonlijke spullen, het bereikbaar blijven en het terugkeren na renovatie. De onderzoeksbevindingen bieden onvoldoende grondslag voor het standpunt van het college.
Hierdoor houdt het bestreden besluit geen stand en wordt het vernietigd. Tevens wordt het besluit van 19 februari 2013 herroepen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de renovatieperiode wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld in proceskosten.