ECLI:NL:CRVB:2016:2865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde wijziging woonplaats
Betrokkene huurde sinds 2007 een woning die vanaf mei 2011 onvolledig verwarmd was doordat de rookkanalen waren verwijderd. Hij verbleef vanaf die tijd feitelijk bij zijn vriendin op een ander adres. Betrokkene vroeg bijstand aan met het opgegeven adres als woonadres, maar meldde niet dat hij elders woonde.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat betrokkene zijn woonplaats had verplaatst, met name voor de periode tot oktober 2012.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat betrokkene gedurende de gehele periode zijn hoofdverblijf had op het adres van zijn vriendin en dat hij dit niet had gemeld. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van een tijdelijk verblijf elders met vooropgezet tijdelijk karakter, maar van een duurzame wijziging van woonplaats. Hierdoor had betrokkene geen recht op bijstand en was de intrekking terecht.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraken en verklaarde het beroep van het college ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene werd verworpen. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand was terecht omdat betrokkene zijn woonplaats had verplaatst zonder dit te melden.