ECLI:NL:CRVB:2016:2615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verboden leeftijdsonderscheid bij beëindiging wachtgeld defensieambtenaren
Betrokkene, een voormalige defensieambtenaar, kreeg na zijn ontslag wachtgeld toegekend tot de maand volgend op zijn 65e verjaardag. Door de verhoging van de AOW-leeftijd ontstaat een inkomensgat omdat betrokkene pas later AOW ontvangt. De rechtbank oordeelde dat het beëindigen van het wachtgeld bij 65 jaar zonder passende compensatie een verboden onderscheid op grond van leeftijd is en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad bevestigt dat het leeftijdsonderscheid direct is en dat het doel van de regeling legitiem is, namelijk bescherming van werknemers die beschikbaar zijn voor arbeid met onvoldoende inkomensvoorzieningen. Echter, het middel – beëindiging van wachtgeld bij 65 jaar met een bruto tegemoetkoming gelijk aan de AOW-uitkering en de mogelijkheid tot vervroegd pensioen – is niet passend en gaat verder dan noodzakelijk, omdat het netto inkomensverlies groot is en werknemers niet verplicht kunnen worden het pensioen vervroegd in te laten gaan.
De Raad vernietigt daarom het deel van de uitspraak waarin de rechtbank zelf in de zaak voorzag en bepaalt dat appellant een nieuwe beslissing moet nemen die het gebrek op een rechtmatige wijze herstelt. Tevens wordt bepaald dat beroep tegen het nieuwe besluit alleen bij de Raad kan worden ingesteld. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt het deel van de uitspraak waarin de rechtbank zelf in de zaak voorzag en bepaalt dat appellant een nieuwe beslissing neemt die het leeftijdsonderscheid op een rechtmatige wijze herstelt.