ECLI:NL:CRVB:2016:2144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Kinderbijslag en ouderdomspensioen voor werknemers met kleine baan in het buitenland
Appellante, een alleenstaande moeder en Nederlandse ingezetene, werkte sinds 2001 in Duitsland in een geringfügige baan en ontving kinderbijslag volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat zij geen recht had op kinderbijslag omdat de Duitse wetgeving van toepassing was, en beëindigde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat in het arrest Franzen oordeelde dat een werknemer die enkele dagen per maand in een andere lidstaat werkt, onder de wetgeving van de werkstaat valt, maar dat de woonstaat kinderbijslag kan toekennen als de werkstaat geen sociale zekerheid biedt.
De Raad concludeert dat de Svb ten onrechte het recht op kinderbijslag heeft ontzegd omdat appellante niet verzekerd was volgens de AKW. De Raad verplicht de Svb een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van het arrest Franzen. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en worden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt eerdere uitspraken en draagt de Sociale verzekeringsbank op een nieuwe beslissing te nemen over het recht op kinderbijslag van appellante.