ECLI:NL:CRVB:2013:2579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening buitenlandbijdrage Zvw op basis van NiNbi-beschikkingen
Appellante, woonachtig in België en gerechtigd tot zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Verordening (EEG) nr. 1408/71, betwistte de berekening van haar buitenlandbijdrage over 2006 en 2007 door het College voor zorgverzekeringen (Cvz). Cvz had de bijdrage vastgesteld op basis van de Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi)-beschikkingen van de Belastingdienst, welke na bezwaar ongewijzigd bleven.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat Cvz niet onzorgvuldig had gehandeld door uit te gaan van de NiNbi-beschikkingen. Appellante stelde dat haar vordering op een insolvabele vennootschap niet was meegenomen en dat geen betalingsregeling was aangeboden, wat het evenredigheidsbeginsel zou schenden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad verwijst naar de wettelijke bepalingen in de Zvw, de Regeling zorgverzekering en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) die voorschrijven dat de buitenlandbijdrage mede wordt vastgesteld op basis van de NiNbi-beschikkingen. Omdat er geen gewijzigde beschikkingen zijn vastgesteld, is de berekening door Cvz juist.
Verder oordeelt de Raad dat het ontbreken van een betalingsregeling geen grond vormt om de jaarafrekeningen niet vast te stellen. Appellante heeft de bijdrage betaald zonder dat is gebleken van een financiële noodsituatie. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de berekening van de buitenlandbijdrage door Cvz bevestigd.