ECLI:NL:CRVB:2015:1985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zvw over nabetalingen en weigering matiging betalingsregeling
Appellant woonde sinds 2009 in Duitsland en ontving een WAZ-uitkering. Na een nabetaling in 2010 stelde het Zorginstituut een buitenlandbijdrage Zvw vast over dat jaar, gebaseerd op het toen geldende inkomen. Appellant betwistte de bijdrage omdat de nabetaling betrekking had op jaren vóór de Zvw.
De rechtbank oordeelde dat de bijdrage terecht over 2010 is geheven en vernietigde het besluit wegens procedurele redenen, maar handhaafde de inhoudelijke berekening. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bijdrage in strijd is met het legaliteitsbeginsel en het eigendomsrecht, en dat de redelijke termijn werd overschreden.
De Raad verwierp deze gronden, bevestigde dat de Zvw dwingend voorschrijft hoe de buitenlandbijdrage wordt berekend en dat nabetalingen in 2010 als inkomen van dat jaar gelden. Ook was er geen ontoelaatbare inbreuk op eigendom en geen schending van de redelijke termijn. Verder kon appellant onvoldoende aantonen dat hij niet aan de betalingsregeling kon voldoen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af, zonder proceskostenvergoeding toe te kennen.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage is terecht berekend over het in 2010 ontvangen inkomen inclusief nabetalingen; het beroep wordt ongegrond verklaard.