ECLI:NL:CRVB:2015:4330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zvw ondanks vestiging in Frankrijk en lijfrente-uitkering
Appellante woont sinds 2008 met haar echtgenoot in Frankrijk en ontvangt een lijfrente-uitkering die zij gebruikte voor haar inkomen. Het Zorginstituut heeft op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) een buitenlandbijdrage vastgesteld over haar inkomen, waaronder de lijfrente-uitkering.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard omdat het Zorginstituut niet adequaat op de bezwaren was ingegaan, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante stelde in hoger beroep dat het Unierecht werd geschonden doordat de buitenlandbijdrage mede werd berekend over haar lijfrente-uitkering, terwijl zij buitenlands belastingplichtig is.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de berekening van de buitenlandbijdrage volgens de dwingende bepalingen van de Zvw en de Regeling zorgverzekering correct is uitgevoerd. De vaststelling van het inkomensgegeven is een authentiek gegeven en het is aan de inspecteur van de Belastingdienst om te toetsen of er strijd is met het Unierecht.
De Raad wijst erop dat appellante en haar echtgenoot kunnen kiezen voor binnenlandse belastingplicht, maar dat de bestuursrechter niet bevoegd is om de inkomensvaststelling te toetsen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.