ECLI:NL:CRVB:2012:BY6015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering schadevergoeding na onrechtmatige intrekking bijstandsuitkering
Appellant ontving bijstand vanaf april 2004, maar deze werd per 1 april 2005 onrechtmatig ingetrokken. Na diverse procedures werd bijstand alsnog toegekend over de periode april 2005 tot mei 2006. Appellant vorderde schadevergoeding voor materiële kosten zoals verlies van inboedel, verhuiskosten en woonkosten, alsmede immateriële schade wegens gederfd woongenot en psychisch letsel.
De rechtbank oordeelde dat alleen de wettelijke rente over de vertraagde bijstandsbetaling toekwam en dat de overige schadeposten onvoldoende aannemelijk waren of niet aan het college konden worden toegerekend. Ook immateriële schade werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van ernstig geestelijk letsel.
De Raad sluit aan bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht en bevestigt dat de materiële schadeposten betrekking hebben op vertraging in betaling van een geldsom, waarvoor reeds wettelijke rente is toegekend. De immateriële schadevergoeding wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ernstige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer heeft geleden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en weigering van schadevergoeding bevestigd.