Eiseres diende op 5 december 2023 een aanvraag in voor een eenmalige energietoeslag 2023 bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college wees de aanvraag op 19 februari 2024 af wegens onvoldoende informatie over haar inkomenspositie. In bezwaar bleef het college bij deze afwijzing, stellende dat eiseres niet aan haar inlichtingenverplichting had voldaan.
Eiseres stelde dat zij geen inkomen had in de referteperiode en dat volgens de Beleidsregel energietoeslag het enige criterium voor toekenning het inkomen is, waarbij vermogen niet wordt meegeteld tenzij het inkomen uit vermogen het levensonderhoud vormt. De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte de aanvraag had afgewezen omdat het ontbreken van inkomen voldoende was voor toekenning.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college aan eiseres een energietoeslag van € 800,- moet uitkeren, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 19 februari 2024. Tevens moet het college het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter S.T.H. Janssen op 28 mei 2025.