ECLI:NL:CRVB:2016:55
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens vertraagde bijstandsuitkering ondanks onrechtmatig besluit
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling vanwege het niet verschijnen op een gesprek. Na bezwaar en tussenuitspraak werd de bijstand alsnog toegekend met wettelijke rente over de periode van vertraging.
Appellant verzocht vervolgens om vergoeding van extra schade, waaronder opslagkosten en vernietiging van zijn inboedel, maar het college wees dit verzoek af. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar wees het schadeverzoek af.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat volgens vaste rechtspraak en civielrechtelijke normen alleen de wettelijke rente als schadevergoeding verschuldigd is bij vertraging in betaling van een geldsom. De gestelde extra schade vloeit voort uit deze vertraging en komt niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder toekenning van aanvullende schadevergoeding. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter Y.J. Klik op 12 januari 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek tot aanvullende schadevergoeding af en bevestigt de toekenning van alleen wettelijke rente.