ECLI:NL:CRVB:2012:BW6264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Toekenning kinderbijslag en beoordeling ingezetenschap in het eerste kwartaal 2008
Appellante, geboren in Tunesië en sinds 1993 ingezetene van Nederland, verhuisde in 2005 met haar gezin naar de Verenigde Arabische Emiraten met de intentie zich definitief in het buitenland te vestigen. In september 2007 keerde zij met haar kinderen terug naar Nederland en schreef zich weer in in de gemeentelijke basisadministratie. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde kinderbijslag toe te kennen over het vierde kwartaal van 2007 en de eerste drie kwartalen van 2008, omdat appellante volgens hen niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt op de peildata.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Svb wijzigde later haar beleid op basis van arresten van de Hoge Raad uit 2011, waardoor zij kinderbijslag toekende vanaf het vierde kwartaal van 2008 en het tweede en derde kwartaal van 2008 als ingezetenschap erkende. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante op de peildatum van het eerste kwartaal 2008 nog niet als ingezetene kon worden beschouwd, omdat de objectieve omstandigheden zoals het verblijf van haar echtgenoot in het buitenland en het tijdelijke karakter van haar woning dit niet ondersteunden.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Svb voor zover het het tweede en derde kwartaal van 2008 betreft, en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad de Svb in de proceskosten van appellante. De vordering tot wettelijke rente is nog niet toewijsbaar zolang de nieuwe beslissing ontbreekt.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd voor het tweede en derde kwartaal 2008 en de Svb moet een nieuw besluit nemen; appellante was op de peildatum van het eerste kwartaal 2008 geen ingezetene.